Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bidt Hem, want tig grootelyc van doene nu,

Innichlyck, dat hij wil synen gheest sinden

In alle prelaten en Princen coene nu;

Niet en twijfelt, hoe seere wij ons bevreest vindon,

Soo doende sal lichtelyck al dit tempeest inden.

Meer suers dan soets.

§ 2. Jlarnix van St. Aldegonde (1538—1598).

Zagen wij in A. Bijns een dichteres, wier meeste gedichten bezield waren door haar haat tegen de Hervorming, in Marnix begroeten wij den bekwamen aanvaller der Katholieke en den vurigen voorstander der Protestantsche Kerk.

Philips van Marnix van St. Aldegonde werd in 1538 te Brussel geboren, studeerde te Genève, en verkeerde veel in het huis van Calvijn, door wiens invloed hij zoo'n vurig aanhanger der Hervorming werd. In 1560 in het land teruggekeerd, sloot hij zich dadelijk bij de ontevreden edelen aan, week na Alva's komst naar Duitschland uit, en keerde eerst in 1571 terug op verzoek van den prins, dien hij van toen aan trouw ter zijde stond.

Na den val van Antwerpen (1584), dat hij als burgemeester dapper verdedigde, trok hij zich uit het staatkundig leven terug op zijn kasteel West-Souburg. Van 1594 tot aan zijn dood (1598) wijdde hij zich te Leiden aan de vertaling van den Bijbel uit het Hebreeuwsch.

Door zijn veelzijdige bekwaamheden als staatsman, krijgskundige, godgeleerde, taalkundige, prozaschrijver en dichter is hij een dier universeele geesten, waaraan ons volk in den 80-jangen oorlog rijk was. Zijn rustelooze ijver, zijn taai volharden tegen de omstandigheden in, zijn vast geloof op een beter leven hier namaals, deden hem tot zinspreuk kiezen het bekende „RépOf* allleurs."

Sluiten