Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15.

Voor Godt wil ick belijden En sijner grooter macht, Dat ick tot gheenen tijden

Den coninck heb veracht, Dan dat ick Godt den Heere,

Der Hoochster Majesteyt, Heb moeten obedieren In der gherechticheyt.

B. DE BIËNKORF DER H. ROOMSCHE KEKKE. ').

I. Voorreden des boeks,

Waarin de Sendbrief Gentiani Hervet in zes stukken gedeilt word, en de meininge des zelfs kortelijk uitgeleid.

Deze diepgrondige en hooggeleerde Sendbrief tot missive des Eerwaardigen Doctoors Meester Gentiani Hervet, geschreven aan de afgedwaalde van de Heilige Roomsche Catholykse Kerke, word in zes voornaamste Hoofdstukken gedeilt.

5 Waarvan het eerste is: Als dat de Ketters en de Hugenozen zig niet konnen voor gelovigen uitgeven, dewijl zij niet alles geloven, dat onze lieve Moeder de Heilige Kerke gelooft, buiten dewelke geen zaligheid te halen is, en inzonderheid, dat zij de Transsubstantiatie des broods in het waare Lighaam Christi, niet en willen geloven.

10 Het tweede is aan de eerste geknoopt, namelijk, dat zij met groot onregt voorhouden als dat men niets behoort aan te nemen buiten de Heilige Schrift.

Het derde, dat zij de zeven Sacramenten, inzonderheid de oorbiegte, het Sacrament des Huwelijks, en het Heilige Olysel niet geloven.

15 Het vierde, dat zij den Catholyckschen groot onregt doen, als zijze voor Afgoden-dienaars en ldololatres (beeldendienaars) schelden.

Het vijfde, dat zij anders niet en zoeken dan vleeschelijke vrijheid.

Het zeste en het laatste, dat haare predicanten zijn ongeleerde buffels, en leiden een boos en ongeschikt leven.

20 In deze zes puncten word met korte woorden verhaalt den gantschen grond en fondament der II. Catholyksche leer der Roomsche Kerke,

1) Afgedrukt naar den „Vergrooten vermeerderden" druk van 1733.

Sluiten