Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Godt ghevet al zijn ampt en tijt: 20 Al wat hij schickt en weert, En menght zich niet verkeert. Zoo wie zijn schickingh teghen strijt En 't werck poocht te verhaasten, Betreurt zijn doen ten laatsten.

B. Uit: ZEDEKUNST, DAT IS WELLEVENSKUNSTE.

Vanden kinderen plicht jeghen hare ouderen.

Men leest hier af een stichtelijck fabelken van een smit, ghenaamt Focus. Dese was beklaaght voor den Keyser, van opten dagh sijnre gheboorten teghen zijn ghebodt ghesmedet te hebben. Onse smit bekende d'aanklachte Des de Keyser hom vraaghde, wie hem so stout hadde 5 ghemaacktP Een moghender dan ghij zijt, Heere. De Keyser verwondert vraaghde, wie is dat doch? De noot, Heere. Ick moet wereken of met mijn ghesinde vasten. Want alle daghe behoeve ick acht silveren penningen: te weten twee, die ick moet uyt leenen, twee, die ick betale, twee, die ick self behoeve, ende twee, die ick 10 verliese.

Ghevraaght vanden Keyser, wat hij daar met meynde, sprak de smit also: Ick hebbe jonghe kinderen, haar leene ick alle daghe twee penninghen tot haar voedsel, om my dat te betalen tot mijn voedtsel in mijn swacke ouderdom, als ick (gelijck sy nu) niet en kan winnen. 15 Twee penningen betale ick alle daghe mijn oude, swacke ende winneloose vader, die hij mij in mijn kindtsheydt heeft gheleent. Twee penningen behoeve ick alle daghe selve tot mijn noodtdruft, ende twee verteerter alle daghe mijn wijf, en dat is verloren kosten, want het is een quaat wijf. Wil nu mijn Heere my alle daghe acht penningen doen 20 gheren, ick vier des Keysers gheboorte wel al mijn leven. De Keyser lachte, liet den smit nyet onbegiftight van sich gaan om sijn danckbaarheydt tot sijn vader ende getrouheydt tot sijn kinderen.

Sluiten