Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouw van het „Hooghe Huys," maar ook als gastvrouw van den gezelligen, beschaafden

Muiderkring,

een voortzetting van de bijeenkomsten in 't „Saligh Roemershuys die met den dood van Roemer (1620) eindigden.

Aan zijn gastvrijen disch noodigde de gulle Drost ieder, die lust bezat tot kunst of wetenschap.

We treffen er zoowel den nederigen kousenkoopman Vondel aan, als den aanzienlijken Baeck; den hooggeleerden professor van Baerle, als den glazenlooder Jan Vos; de vroolijke Maria Tesselscha, als haar meer ernstige zuster Anna; „de Fransche nachtegaal" Francisca Duarte, als den stoeren Huyghens; in 'tkort, ieder was welkom, mits hij een zekere mate van beschaving en ontwikkeling bezat.

Een zeer belangrijke plaats onder de leden van dezen kring werd door de hoogstbegaafde dochters van R. Yisscher ingenomen. Talrijke lofdichten van Hooft, Vondel, Huyghens en van Baerle zijn aan de schoone, bevallige Maria Tesselscha gewijd. Doch ook haar meer bezadigde zuster Anna, die zich door haar moraliseerende poëzie nauwer aan Cats verwant toont, is in tal van lofdichten (A. 3.) om strijd verheerlijkt.

Groot was de beschavende invloed, die van beide vrouwen uitging; niet gering ook was haar aandeel in de gezelligheid, waardoor de bijeenkomsten zich meestal kenmerkten.

Deze samenkomsten dienden echter niet alleen tot gezellige en vroolijke ontspanning, zij werden tevens gehouden tot onderlinge leering en aanmoediging. De dichters lazen er vaak hun nieuwe pennevruchten voor, die dan onderling werden besproken en gecritiseerd. Niet altijd echter was de critiek even juist, al had de geestige en scherpzinnige van Baerle er een grooten invloed. Vooral aan dezen machtigen invloed is het te wijten, dat de Muiderkring steeds meer de klassieke richting ging voorstaan, zoodat de oorspronkelijkheid er schade door leed, en de kunstwerken al verder en verder buiten het bereik vielen van het eigenlijke volk.

Sluiten