Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het een oorspronkelijk, echt-Amsterdamsch stuk schijnt te zijn. Op verscheiden plaatsen (13. 2. a,b.) evenaart hij Breeroo in levendigheid van voorstelling en zuivere teekening van het Amsterdamsche leven, maar de karakterteekening is weer zeer zwak. Men vergelijke bijv. het dwaze slot van den Warenar, waar de gierigaard-in-hart-ennieren plotseling royaal wordt, met de overeenkomstige plaats uit den Avare van Molière, waar Harpagon zich zelf gelijk blijft, wat veel natuurlijker is.

In zijn eigen schatting stond zijn

prozawerk

het hoogst. Trouwens, de schepper „van den Nederlandschen historiestijl" verdient ook ónze hulde, zoowel om zijn streven naar een kernachtigen stijl, als om de groote nauwgezetheid, waarmede hij zijn talrijke bronnen raadpleegde. Bovendien steekt zijn levendige en schilderachtige voorstelling der feiten (C. 2.) zeer gunstig af tegen de dorre kronieken van vroegeren tijd.

Vooral zijn Neder! andsche Historiën, seedert de overdraght der heerschcippye van Kaizar Kaarel V op Kooning Philips zijnen zoon (1555—1587), dat in 1642 verscheen, is een waar meesterstuk. Jammer is het, dat hij, door Tacitus meer dan vijftig maal te vertalen om zich in een kernachtigen stijl te oefenen, zich zoozeer den gedachtengang van den grooten Romein eigen had gemaakt, dat zijn taal door tal van Latijnsche zinswendingen ontsierd wordt (C. 2, 3.). Bovendien was zijn te ver gedreven zucht om alleen zuiver Nederlandsche woorden te gebruiken oorzaak, dat tal van onverstaanbare woorden en woordkoppelingen ') in zijn werk werden opgenomen.

Als niensch

wordt Hooft 't best gekarakteriseerd door zijn zinspreuk: omnibus idem (voor allen dezelfde).

1) Als sprekende voorbeelden kunnen dienen: beamptschrijoer (notaris), algemeen versorgher (procureur generaal), algemeen geloovighe (katholiek), teegenrolhouder (controleur), vernuf teling (ingenieur) enz.

Sluiten