Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reikende een zilveren kruis van een taafclken, gal 't hem te kussen, en zynen zeeghen daarnevens. Toen rees de Graat oover eindt, sraeot 30 den hoedt en snuitdock ter zyde, knielde anderwerf», op het kussen, trok een mutsken oover zyn' ooghen, wenkte den Bisschop dat hy weeke, en, roepende, met gevouwen' hande, Heere, in uwe handen beveel ik mijnen geest, vlydde zich tot den slagh; die, van den scharprechter, Hux opgetreeden, gegeeven werd, en hem niet bet door den hals, dan 35 den omstanderen in 'thart sneed. De Fransche gezant, aanschouwende, uit een heimelyke plaats, dus deerlyk een' vertooning, liet (zoo men zeit) zich hooren, dat hy daar 't hooft zagh vallen, 't welk tot tweemaaien toe, heel Vrankryk had doen beeven. De droef heit, het misbaer by de burgherye bedreeven, was onuitspreekelyk; en 't jammerd 40 er al, tot zelfs de Spaansche soldaaten toe, dien de traanen uit de ooghen spronghen. Oover lyk en bloedt, wert zwart laaken gespraait. Terstondt hierna quam de Graaf van Hoorne, gaande eeven vry als Egmondt, maar met zwarten mantel, en blooten hoofde, door 't volk. Zich op 't schavot vindende, beleed hy Gode de menighvuldigheit 45 zyner zonde; ende, wenschende den omstanderen alle voorspoedt, verzocht, dat zy hem hielpen bidden. Bekentenis van schuldt teeghen den Koning weigherd' hy te doen, in dier wyze, als 't hem geverght werd. De kraaghen van zyn wambas en hemde waaren al meede afgesneeden. Zulx hy, hebbende niet dan zynen mantel afgeleidt, met de knien op 50 't kussen zitten ging, en, zich blindende met een wolle bonet, met de zelve woorden, als Egmondt, doch in 'tLatyn, 'tzwaardt verwachtte; en de doodt ontfing. De rompen, gekist, bleeven op 't schaavot de hoofden verbeiden, die, twee uuren, op staaken en yzere pennen aldaar geplant, ten toon stonden. Daarna hielden de geestelyken en groote 55 gilden de uitvaart; staatlyker oover Egmondt, als die Roomscher gestorven scheen. Zyn lyk werd, naa Zotteghem, in Ylaandre: des Ammiraals naa de Kempen gevoert, en daar begraaven. Het waapen, geslaaghen, met den standaart, en andere praal der aadeljjke rouwe, aan 'thuis van Egmondt, werden, door bevel van Al va, daatlyk afge60 noomen. Ende dusdaanigh was 't eindt van Graave Lammoraal van Egmondt, Prinse van Gravere, den ryksten der Hollandsche ridderschap. Want Breederode, steekt in aadel, Wassenaar in ouwtheit uit. Hy is geweest stamheer van zynen huize, welks spruiten, oo ver wassende haaren oorspronkelyken boom in grootheid van fortuine, het Hartoghdoom van 65 Geldre, Graafschap Zutven, en dat van Buure, bezeeten hebben. Meer dan gemeen van lengte, wel in 't vleesch, fraay van gedaante, heusch van ommegang, starf hy om zyn zeevenveertighste jaar. /yn' kloekheit ten oorloghe kunnen Saint Quintin en Greevelinge getuighen. Ook mangeld' het hem niet aan ander beleidt, die den handel van 't Engelsch 70 huwelijk, naa wensch van zynen meester, had doen uitvallen. Den minsten dank heeft hy begaan, by de geenen, die hem, misschien, den

Sluiten