Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der dramatische kunst. Hooft, Coster en Vondel e. a. waren voorstanders van het klassieke drama, Rodenburgh en de zijnen daarentegen van het romantieke drama.

Het verschil tusschen deze beide drama's is niet met een paar woorden te zeggen; in hoofdzaak echter komt het hierop neer: 1°. het klassieke drama houdt vast aan de eenheden van plaats, tijd en handeling, terwijl in het romantieke drama alleen de laatste bepaald vereischt is;

2°. in het klassieke drama is de stemming doorloopend ernstig en verheven; in het romantieke drama wordt de ernst door comische intermezzo's afgewisseld;

3°. het klassieke drama richt zich vooral tot den hoorder, het romantieke tot den aanschouwer.

't Is licht te begrijpen, dat het volk zich meer aangetrokken voelde tot het meer realistische romantieke drama, terwijl de meer ontwikkelden het klassieke drama voorstonden. De tweedracht liep ten slotte op scheuring uit.

Dr. Samuel Coster (1579— ± 1650),

weldra gevolgd door Breeroo, Hooft, Vondel en andere aanzienlijke leden, scheidde zich af, en stichtte in 1617 de Eerste Duytsche Academie, een schouwburg, tevens bestemd als school, waarop verschillende wetenschappen in de moedertaal (Dietsch of Duytsch) zouden worden onderwezen.

Vooral door de tegenwerking der predikanten ') ging de school echter weldra te niet, zoodat de Academie al spoedig uitsluitend schouwburg werd.

Coster en zijn vrienden trachtten nu met hun klassieke stukken te concurreeren tegen de Oude Kamer, waar de, grootendeels naar Engelsch of Spaansch model bewerkte spelen van Rodenburgh werden vertoond, die zeer veel publiek trokken. Dat de Academie zich toch staande hield, en ten slotte de overwinning behaalde,

1) In zijn hekeldicht: Een oUer in 't lolwerclc, zegt Vondel bv. van den predikant Otto Badius: Eet quyl dat loopt hem uyt sen mongt, Soa schelt hy d'Acudemy.

Sluiten