Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. DRAMATISCHE POËZIE.

Spaansche Brabander.

lste B e d r ij f.

BI)o Brabander Jerolirao Rodrigo heeft zijne vaderstad Antwerpen verlaten en is te Amsterdam komen wonen, omdat hij failliet is gegaan. Wat is Antwerpen toch een prachtige stad, met mooie gebouwen en mooie vrouwen! Maar hij zal die Amsterdamsche „bot-muylen" tenminste wel zooveel „fatsonneeren," dat hij van hen leven kan, en hij neemt al vast een knecht in dienst, Robbeknol, een doodarmen jongen, die met bedelen aan den kost komt en wat blij is, dat hij zulk een voornamen meester heeft gevonden." Want voornaam is hij; hoor slechts hoe hij zich tegen Robbeknol uit:

Jer. Woor woren de Hollantsche botmuylen? niemant van so veel En quamper te voorschijn in ons manifijclaijck Retoryclaijc

lantjuweel,

Da was een dingen van d'ander Waerelt, 't is rekreatieflyc

te lesen?

Moor sjases par Dio Santé, wa plochten der elegante Poëten

te wesen,

5 Item daer haddege Kastileyn, de Roovere, Gistelen, en Kolijn, En Jan Baptisten Houwaert, dat bayloy goeye meesters zijn: Da waeren liens vol perfecty: en van devine eloquency. Yghelyck woordeken datse aggeerden, of nomineerden, dat

was een sentency. Het minste datso sproocken da was een reffiereyn, en dat so

exstravagant

10 Yan uyt-spraeck, trots een Oostersohe Phar-Heer, of Luytersch

Predikant,

En bay hoor rondeelen en balladen (met licencie magh icket

vry seggen)

Daer mogen de Hollantsche boerelieke dichters hoor broec bij

leggen.

Rob. Werpt de Vlamingen niet wegh, myn Joncker, watje doet,

Met huldere incarnatie, en Palleys vol minnen, en suycker-

bosjes soet.

15 Jer. Baste, al stillekens, ick hees ghenoegh vaa die muffe miskienen

Retrosynen,

En moockt geen grimmaesen met ou ensicht, moockt assekick

bonne mynen.

Sluiten