Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rob. Een bientjen daer en pont vleys vijf ses an is,

Dat Hechter oock niet om. En as daer een paer vaens kan is Met Dantsicker smockuel of met dat raannelyck Rosticker bier, 50 Daer ken ick het me wel of sien voor een uur, drie of vier:

Dat souw wel seve luy segghen (wel verstaende) als zijt wisten. Jer. Wat doen de liens anders dan sey de spays verderven en

't ghelt verqüisten f

De soberheyt is een deughd, diens ghelycken men niet en weet. Rob. Dat is gheseyt in 't Duytsch; datje niet veel en eet. 55 Jer. Och 't is soo ghesont op zijn juyste dyeet te leven.

Rob Die raedt die mocht ghy dan de krancken wel ingheven. Jer. Monseur het is devin datmen de temperancy observeert. Rob. Gut Joncker 't is zoo goet datmen wel teert en smeert. Jer. Wat verschillen de mest-verckens van de gulsighe beesten > 60 Rob. De grootste dronckerts (Heer) dat sijn de beste geesten.

Na nog enkele woorden gewisseld te hebben gaan zij samen naar

110 De'hondenslager van de kerk komt (nu) op met een lijkbaar, wordt gesard door een paar straatjongens, die aan 't bikkelen zÜnt en Praat met eenige leegloopers, die van iedereen alles af weten. Er komen nu nog een paar jongens op, die met de eerste gaan knikkeren en den hondenslager nog eens uitschelden.

2>le B e d r ij f.

Rob. 't Is hier oock gien deech, ken weter gien huys te houwen,

Want hier i« honger ebacken en dorst ebrouwen.

Jer. Ba woor sayde gay dagge me niet en kuyst

Mayn mantel en wambays? sach say zayn soo bepluyst.

65 Kom hier en sieget eens, gay moet me voorts wat keeren.

En hedy geen borstel!'

j b En hebdy gien swijns veeren?

Daer isser gien in huys. „

Jer Moor wat est dagge al secht(

70 Rob. Ick segh niemendal Heer.

Jer Schickt my de lobbe recht,

En krijght my myn bonnet met den royen plumagie,

En mayn stekade; gaet voort haelt water pagie,

Met een suyv're dwael, en het verguit lampet.

75 Rob. Wat rijdme de vent? hy weet wel dat hy niet en het

• Dan een gebroken pot.

jcr Moor wat voert ghy de snater.

Rob. Siet Joncker, ick heb hier de hand-doeck en het water,

Ghelieft u oock yet meer?

Sluiten