Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 7. Het Proza. Johan van Heemskerck (151)7—1656).

Merkwaardig is het, dat in een tijd, toen de dichtkunst tot een zoo ontzaglijke hoogte was geklommen , het proza nog zoo weinig vorderingen had gemaakt. Wel had liooft in zijn historiewerken en Brandt in zijn levensbeschrijvingen het proza gebezigd , maar hier deed het dienst als middel om wetenschap en kennis te verbreiden; geenszins was het hun doel kunst te geven. Dat zij dit toch vaak deden, ligt aan hun kunstenaarsnatuur, maar het geschiedde niet opzettelijk.

Wel was dit het geval met de romans, die in groeten getale werden uitgegeven en gelezen. Zij waren echter alle uit het Fransch, Engelsch, Italiaansch of Spaansch vertaald, of naar vreemde origineelen bewerkt. Kunstwaarde bezitten zij weinig, de stijl is zeer onnatuurlijk en gemaakt, de inhoud meestal dwaas en avontuurlijk. Galante avonturen, gevechten, schaakpartijen, wanhopige zwerftochten, wonderbaarlijke gebeurtenissen komen er in groote menigte in voor.

Een gunstige uitzondering vormt de

Batarische Arcadia

van Johan van Heemskerck. In dit boek, moge het dan ook naar Italiaansch model bewerkt zijn, zien we een eerste poging om een oorspronkelijken Hollandsclien roman te scheppen.

Yan Heemskerck werd te Amsterdam geboren in 1597, studeerde te Leiden en in het buitenland, en was een zeer gezien advokaat.

„Onder 't loofwerek van liefkooserijtjes" geeft hij ons allerlei merkwaardigheden uit geschiedenis, oudheidkunde en rechtspraak. Hij laat nl. een gezelschap ilaagsche jongelieden, onder den naam van Herders en Herderinnen, een pleiziertochtje doen door de duinstreek van Holland, en legt hun allerlei diepzinnige redeneeringen in den mond. Dat zijn roman hierdoor lijdt aan groote onnatuurlijkheid behoeft zeker geen betoog. Toch worden we vaak getroffen door levendige tafereeltjes en geestige opmerkingen, die tusschen de redeneeringen door in den roman voorkomen. Het boek had dan ook een zeer groot succes, wat wel blijkt uit

Sluiten