Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zo ook de Meester, die u riep En tot een Licht der wereld schiep; 15 Die groote Zon der Zonnen

Schynd met een glans van eeuwig goed Voor 't venster van het toe gemoed: Met opdoen was 't gewonnen.

Stofwormpje onder 't dak van stroo 20 In 't leeme huis, hoe zyt gy zo!

Het is een Heer der Heeren,

Die voor u arme hutje staat En uwe kleinheid niet versmaad, Om zich tot u te keeren.

25 Laat in, laat in de waarde Gast,

Opdat uw heil voorspoedig wast.

Hij komt met groote zegen En brengt een blyde boodschap mee, Een eeuwig wel voor eeuwig wee: 30 Daar leid u aangelegen.

§ 3. Schouwburgzaken. Thomas Asselyn (1620—1701).

Mocht al, zooals we op bl. 147 gezien hebben, de Amsterdamsehe Schouwburg van 1637 de verschillende tooneeldichters tot elkaar gebracht hebben, de rust en eensgezindheid zouden niet van langer duur zijn. Vooral het eigenmachtig optreden van den glazenlooder-tooneeldichter Jan Vos, die van 1647 tot zijn dood m 1667, bijna onafgebroken als regent van den schouwburg de tooneelzaken bestuurde, was hiervan de oorzaak.

Hij had door zijn verschrikkelijk treurspel Aran en Titns zich in eens beroemd gemaakt, en de bewondering gewekt van Hooft Barlaeus, Vossius en Huyghens, die hem voortaan als een der unnen beschouwden. Door zijn vleierijen wist hij zich ten slotte

ook op te werken tot regent van den schouwburg, dien hij voortaan

alleen beheerschte.

In zijn stukken zocht hij vooral te boeien door het vertoonen yan zielschokkende gebeurtenissen, welke met „konst- en vlieg-

Sluiten