Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk" zoo natuurgetrouw mogelijk moesten worden voorgesteld. Geen wonder dus, dat de oude schouwburg met-zijn vast décor hem niet kon voldoen. Werkelijk wist hij gedaan te krijgen, dat er in 1665 een nieuw gebouw verrees, dat geheel aan zijn eischen voldeed. Het werd met een nieuw stuk van hem ingewijd: de Medea, nog bloediger en verschrikkelijker dan Aran en Titus.

Door zijn eigen treurspel te kiezen als openingsstuk, had hij echter zijn vriend en mederegent Dr. Lodewyck Meijer ten hoogste verbitterd, omdat deze er op gerekend had, dat een drama van hem zou worden opgevoerd.

Toen nu bovendien Meijer in 1669 niet herkozen werd als regent, trachtte hij zich te wreken door voortaan een geheel anderen weg in te slaan.

Met zijn geestverwant Mr. Andries Pels richtte hij in 1669 een vereeniging op, onder de zinspreuk:

Nil volentibus ardunm.

(niets is moeilijk voor hen die willen). Zij kozen, in tegenstelling met de aanhangers van Vos, die het romantische drama voorstonden , het Fransch-klassieke drama van Corneille en Racine tot voorbeeld.

In een tweetal werken zette Pels zijn theorieën over het wezen van het drama uiteen, en de geheele 18e eeuw door was de invloed dezer geschriften buitengewoon groot.

„Laat de fransche ons tot een voorbeeld zijn:

Hoe net zijn die van taal! hoe zedenrijk! hoe fijn In kunst van schikking, in hartstogten en gedachten,"

Alleen de Franschen leverden goed werk; men kon dus niets beters doen, dan hen te vertalen, of zich stipt aan hun regels te houden. Alle zorg werd besteed aan den vorm, de inhoud was bijzaak. Liepen de verzen maar als 't ware vanzelf, dan was het gedicht goed.

Het streven van Meijer en Pels vond over 't geheele land vrij grooten bijval. De dichtgenootschappen rezen als paddestoelen

Sluiten