Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W O O R D E N LIJ S T.

Do cijfers achter de woorden verwijzen naar bladzijde en regel, waar het woord in de opgegeven beteekenis voor het eerst wordt gebruikt.

Verder houde men bij het lezen dor Middel-Nederlandsche fragmenten in het oog:

1°. dat de spelling meer fonetisch is dan onze hedendaagsche — het onz. lidw. en het onz. pers. voorn. w. worden b.v. geschreven aan het woord dat er op volgt of er onmiddeljjk aan voorafgaat: dland (het land), tserpent (het serpent), dinde (het einde), ist, eest of eist (is het), salt of saelt (zal het), dat (dat het) enz. — en dat dus hardop lezen het begrijpen gemakkelijker maakt.

2°. dat de verdubbeling der klinkers geschiedt door achtervoeging van e, i of y achter het enkelvoudige letterteeken; Ned. aa wordt dus b v. geschreven ae, ai of ay.

3°. dat c vaak staat voor k, s voor z en sc voor sch.

Aex 30, 154 bijl.

afkomst 179, e, 3 nakomeling. aggeeren 155, 8 spreken.

Alfero 162, 230 vaandrig. alfsghedrochte 7, 28 booze geesten. allevongen me zamen 137, 30 uitroep bij het vinden van iets, dus b.v. „alles samen deelen".

alse 49, 23 zoodra als.

alwaerdigh 134, 99 dierbaar. ame 28, 72 oude inhoudsmaat. ammelaken 160, 188 tafellaken.

anden 8, 72 leed doen.

anders 98, h, 2 ten minste.

ane, an of aen 7, 20 aan.

anxene (om die) 16, 27 uit vrees voor. anxtelee 6, 48 angstwekkend.

Baerde 30, 154 bijl.

backen 44, 36 blaffen.

bat 36, 74 beter, meer.

beddeboom 10, 152 rand v. h. bod.

bediet 79, 19 antwoord.

beet (niet een) 137, 46 volstrekt niet.

begaeren 13, 7 begeeren.

begrepen 64, 28 begrepen.

belof (dat — anevaen) 14, 58 op dat

voorstel ingaan.

beluyken 100, d, 18 omvang. bemaenen 10, 125 smeeken.

Sluiten