Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet alleen niet overeenstemt met liet gevoelen van de constitutioneelen. maar er zeer verre, Mijnheer de Voorzitter, van afwijkt.

De vraag is deze: hebben wij in de regeeringshandelingen enkel persoonlijke daden van het Hoofd der Regeering, van den Koning, of hebben wij daarin tevens de overtuiging der Ministers te zienV Hebben wij daarin niet de zelfstandige overtuiging van de Ministers te zien, hebben wij in de Ministers niets te zien dan verantwoordelijke personen, verantwoordelijk voor de zonden, die door een ander kunnen zijn gepleegd, dan begrijp ik volkomen, dat men met bezorgdheid' en angst opziet tegen de ministerieele verantwoordelijkheid; eene angstvalligheid waarvan wij in liet laatste jaar menig blijk hebben ontwaard. — dan begrijp ik volkomen dat men de werking der ministerieele verantwoordelijkheid op alle

wijze tracht te verflauwen.

Doch liet is zoo niet als hierbij wordt ondersteld. Het is een vast constitutioneel beginsel, dat al hetgeen de Koning wil. Hein door de Ministers is aangeraden. De ministerieele verantwoordelijkheid is niet alleen een waarborg tegen individueele vorstelijke willekeur, maar inzonderheid voor de Kroon zelve, die aldus in den strijd, dien meeningen, belangen, rechten over regeenngsdaden voeren, volkomen wordt gedekt. Zij is echter die waarborg met meer zoodra de uitvoering des Ministers niet geacht wordt te zijn het uitvloeisel van zijne zelfstandige overtuiging maar aan den persoonlijken wil des Konings te gehoorzamen. Dan klimt de zedelijke verantwoordelijkheid, ondanks het tusschen geschoven scherm eener ministerieele aansprakelijkheid, tot den Vorst op. Dan is de ministerieele verantwoordelijkheid niet meer dan een doorzichtig floers, door de eerste windvlaag opgelicht,

De zedelijke kracht der ministerieele verantwoordelijkheid ligt niet hierin, dat de Minister zich aansprakelijk stelle, maar in de zekerheid, dat hij. een eerlijk, bekwaam, alleen door liet algemeen belang geleid man. zelfstandig, uit eigen overtuiging hebbe gehandeld.

Het derde punt, dat de geachte spreker uit Utrecht en ook andere leden in dat zoogenaamde programma hebben geprezen, is de wering van overdrevene centralisatie in liet provinciaal en het gemeentebestuur. Onderscheidene leden, zeer tevreden dat die verklaring was afgelegd, hadden evenwel daarna iets meer gewenscht. Zij wenschten niet alleen woorden, maar ook daden. Daarop is opnieuw dezer dagen door den Minister van Binnenlandsche Zaken geantwoord. Hij heeft niet veel gezegd dat tot bijzonderen troost zou kunnen strekken, hetzij van den een. hetzij van den ander, noch van hem, die met die wetgeving kan zjjn ingenomen, noch van hem. die ze wenscht te verwerpen. De Minister zegt: er zijn goede bepalingen in die wetten, en hetgeen goed is, zal dit Gouvernement behouden. Eene verzekering die men licht kan

Sluiten