Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen mijn wensch te kennen geven, dat hij aan die neiging met minder kracht geweld mocht hebben aangedaan.

Ik heb ook dit bezwaar, Mijnheer de Voorzitter, dat de verhooging van uitgaven, zooals zij nu voorgesteld is, nog beneden de wezenlijkheid blijft. Wil men eene begrooting. die alle waarschijnlijke uitgaven van het aanstaande dienstjaar bevatte, dan moet deze begrooting nog met onderscheidene cijfers worden vermeerderd. Ik heb wel gehoord, en ik moet het erkennen, met schrik, dat de Minister van Binnenlandsche Zaken rekent dat de vier ton aan de Rijnspoorwegmaatschappij niet zullen behoeven te worden uitgekeerd in het volgende jaar, maar dat zou voor mij en voor velen eene groote teleurstelling zijn. Het is een punt dat ik aanhoud, opdat men bij de beraadslaging over het hoofdstuk van Binnenlandsche Zaken daarop kunne terugkomen.

In de derde plaats, ik vind in deze begrooting geen harmonie. In bijkans alle hoofdstukken zijn de administratieve uitgaven voor personeel verhoogd, en daarentegen de uitgaven voor blijvende materieele uitkomsten het bouwen van gevangenissen, het bouwen van schepen bijv. — verlaagd. Mij schijnt het toe dat inkrimping inzonderheid bij die administratieve uitgaven te pas komt. Bestemd tot onderhoud der werktuigen van beheer, zijn zij als het ware de dagelijksche verteringskosten; in tegenoverstelling der uitgaven, welke rechtstreeks tot verkrijging van duurzame resultaten strekken. Hier geldt de regel: niet veel middelen, maar met weinig middelen veel doen. Men moet, ook hier, trachten met de minste kosten de grootste opbrengst te behalen. De Minister van Financiën heeft ons wel gezegd: naar mate de maatschappij zich uitbreidt, naar mate men van het Gouvernement meer vei'langt, moeten er meer ambtenaren worden aangesteld. Ik geef dit niet toe. Het zal uit het vervolg van deze discussie blijken, Mijnheer de Voorzitter, dat zelfs in tijden van uitnemende, van plotselinge vermenigvuldiging van werkzaamheden, zoowel het aantal ambtenaren, als de uitgaven daarvoor, soms zijn verminderd. En welke is, in dit of het volgende jaar. de buitengewone uitbreiding van werkzaamheden, die tot vermeerdering van het aantal ambtenaren zou moeten leiden V

De middelen. Bij de voordracht der middelen is vooreerst de regel ter zijde gesteld, dat men niet meer mag nemen dan men noodig heeft. Ik weet wel, te gelijker tijd is het beginsel verkondigd dat men slechts zooveel belasting moet afschaffen, als er, ten gevolge van schulddelging minder rente behoeft te worden betaald; een beginsel, hetwelk onderstelt, dat men belasting heft om schuld te delgen: een beginsel, Mijnheer de Voorzitter, dat ik niet kan aannemen. Ik keer het om. Mijne stelling is: slechts zooveel schuld aflossen als er van de opbrengst der belastingen overschiet; en geene belasting om schuld af te lossen. Mijns inziens moeten de

Sluiten