Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middelen worden geraamd naar de overige staatsbehoeften en niet naar hetgeen men aan onverplichte amortisatie denkt te besteden. Eerst hetgeen van de opbrengst der aldus berekende middelen mocht overschieten, wensch ik tot amortisatie gebruikt te zien.

Ik heb eene tweede bedenking tegen hetgeen ik met den Minister van Justitie overvloed noem. en hetgeen hij daaromtrent, ter verdediging van verhoogde uitgaven zeide, heeft mijne bedenking versterkt. De beschikking over veel middelen, over overvloed, is te verleidelijk. Daarbij zuinig te zijn. is moeilijk. Wij hebben den Minister gehoord: .Ja. voor eenige jaren was het volstrekt noodig zuinig te zijn; nu. nu hebben wij overvloed!"

Het kan. ook in dit opzicht, een gouvernement gaan als een partikulier. Ik herinner mij eene deliberatie in het Engelsche Parlement over het toekennen van een apanage aan een koninklijk prins. .Hoe hoog ik den Vorst schat." zeide bij die gelegenheid een dei- leden, .ik durf hem zooveel geld niet op zak te geven. Het ware te gewaagd."

Voor deze verzoeking van den overvloed wensch ik de Regeering te behoeden. Terecht, dunkt mij. zeide voor eenige dagen een vertegenwoordiger uit Groningen (de heer Reinders): „het schijnt wel dat wij geen gunstigen finantieelen toestand kunnen verdragen", woorden waarmede hij deze begrooting naar waarheid heeft gekarakteriseerd.

Men kan over de hoogte van gevraagde middelen, over de hoogte van voorgestelde uitgaven soms zeer verschillend denken, op goede gronden aan beide zijden: het oordeel over het noodige of nuttige, over het meer of min noodige of nuttige, is soms niet tot een eenparigen maatstaf te herleiden. Maar wanneer tegen eene bepaalde begrooting op eenig tijdstip eene sterk sprekende, eene dringende behoefte overstaat om iets te doen in het algemeen belang, dat zonder uiterste matiging van uitgaven niet is te bereiken, dan geloof ik moet dat verschil over het meer of minder noodige. het meer of minder nuttige onderdoen; dan moet men alle krachten inspannen om dat ééne doel te bereiken. Ik erken. Mijnheer de \ oorzitter. dat ik zulk een doel voor oogen, en dat ik daarvoor alles overig heb. Dat doel is het brengen van ons belastingwezen op een beteren weg. Dat doel is matiging onzer belastingen voor die klasse, welke daardoor inzonderheid wordt gedrukt. Dat doel is vrijmaking van de produktieve kracht der maatschappij.

^ rijmaking van de produktieve kracht der maatschappij. Hier ontmoet ik een gezegde van den spreker uit Steenwijk (den heer van Lennep). Hij heeft — en naar mij voorkomt op mij doelende — gezegd, dat dit was eene phrase <) eff'et. Hij begreep die phrase niet. .Wat is de produktieve kracht der natie?" „Eene phrase a — ik ben niet in staat ze te maken: ik heb ei1 het talent

Sluiten