Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staten-Generaal. Vindt men dezen maatstaf te sterk, neemt een ander punt van vergelijking. Het meest autocratisch gouvernement. Mijnheer de Voorzitter, doet tegenwoordig voor publiciteit in de diplomatie meer dan ons Ministerie in een constitutioneelen Staat, dan hier in de vergadering der Volksvertegenwoordiging. De meest autocratische gouvernementen gevoelen de behoefte om zich te verantwoorden en aan ondersteuning bij het publiek. Wederkeerig is de invloed der publiciteit op het beleid der zaken van vrede en oorlog onberekenbaar.

In de vorige zitting heb ik onderscheidene gewichtige punten, de rechten der neutraliteit betreffende, aangeroerd. Welk licht, welke rekenschap, welke verantwoording hebben wij ontvangen ? Zijn wij ten aanzien van het inzicht in de regelen, die de Minister volgt, eenigszins gevorderd ? Wij hoorden hem toen zeggen: ik ben niet geroepen mijne meening over abstrakte stellingen te zeggen. Maar, Mijnheer de Voorzitter, de rechten van neutraliteit, waarom het te doen was. zijn geene abstrakte stellingen. Nu onderstel ik. dat de Minister ons hier kome zeggen : .gij hebt, in verband met beginselen, bijzondere gevallen aangevoerd, gevallen niet zonder moeilijkheid: al die gevallen zijn geschikt, er is geene moeilijkheid meer over". Ik onderstel dat. Mijnheer de Voorzitter, en dan zeg ik vooreerst: ik hecht aan het schikken, aan liet opruimen van bijzondere moeilijkheden weinig waarde, vergeleken met den hoogen prijs, dien ik stel op een algemeen stelsel van beleid, dat de belangen des Lands duurzaam verzekere.

Ik neem vervolgens de gevallen op zich zelf. Ik stel mij in de plaats van hen die niet zoozeer een stelsel, niet zoozeer beginselen, niet zoozeer regelen willen die men volge in het algemeen: in de plaats van hen, welke de oplossing der bijzondere moeilijkheden, waarin een kleine neutrale Staat, te midden van een oorlog tusschen groote mogendheden, geraakt is, eene groote verdienste achten. Dan is, dunkt mij, de eerste vraag niet: zijn die moeilijkheden geschikt, maar koe. En niemand zal mij kwalijk kunnen nemen, dat ik mij niet vergenoege met het gezegde van een Minister, die verklaart dat de zaken zijn opgeruimd ten genoegen van de Regeering.

Ik zou. Mijnheer de Voorzitter, zonder die ondervinding in vroegere vergaderingen, die ik bedoel, zeer genegen zijn eenige vragen aan den Minister van Buitenlandsche Zaken te richten. Ik zou. bij voorbeeld, geneigd wezen te vragen: nemen wij deel aan de onderhandelingen, die tegenwoordig opnieuw aanhangig schijnen te zijn over eene aangelegenheid, waarin ook wij hoog belang moeten stellen, de onderhandelingen over den Sond-tol, een last reeds bij het Congres van Weenen betwist. Ik zou nog andere vragen willen doen. maar ik zal mij bij eene enkele bepalen. Ik vraag namelijk, of de Minister van Buitenlandsche Zaken er eenig bezwaar in ziet

Sluiten