Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer nuttig zijn, menige vraag, ook zoo casuistisch als waarvan ons de laatste spreker een voorbeeld heeft gegeven, te behandelen, in een dagblad, maar of dagbladopstellen altoos wèl geplaatst zijn in de Vergadering van de Tweede Kamer, Mijne Heeren, ik moet eraan twijfelen. Ik moet ook den geachten spreker vragen of hij gelooft, dat door dergelijke discussiën. als waartoe hij nu tracht aanleiding te geven, iets wordt gedaan, om de gevaren te keeren die hij voorziet. Wij kunnen het betreuren, dat groote Staten niet op den weg van eonstitutioneele ontwikkeling met ons blijven voortgaan. Maar wat baat het? Wat kunnen wij anders doen dan ons inwendig versterken, dan toonen door onze daden, dat wij vermogen op te bouwen, dan toonen dat de parlementaire geest niet is een verkeerde, verwarrende revolutie-geest? Ik houd mij overtuigd, dat er geen wisser middel is 0111 den parlementairen geest, om den constitutioneelen regeeringsvorm is discrediet te brengen, dan den weg op te gaan, dien de geachte spreker uit de residentie ons telkens wijst, wenschende dat wij zullen spreken over groote beginselen, in stede volgens beginselen te handelen; dat wij zullen spreken over de gevaren, die ons zouden kunnen bedreigen, in stede met moed af te wachten totdat die gevaren op ons indringen, en intusschen de wapenen te smeden, om er ons tegen te dekken."

Ziedaar, Mijnheer de Voorzitter, het gezegde in de zitting en op de bladzijde van het Bijblad, door den Minister aangehaald. Ik geloof niet, dat een commentarius noodig is.

Xog een enkel woord ten aanzien van een ander gezegde van den Minister van Buitenlandsche Zaken. „Wanneer, vroeg hij. heeft ooit het vorig Gouvernement aanleiding gegeven tot publiciteit in zaken van diplomatie ?" De ware vraag is deze: of het vorig Gouvernement op liet gebied der diplomatie ooit die publiciteit geschuwd heeft, die ik nu van den Minister verlang V Zoodanige bijzondere aanleiding als nu sedert een jaar bestaat om van den Minister van Buitenlandsche Zaken inlichtingen omtrent onzen bijzonderen toestand te vragen, zoodanige bijzondere aanleiding bestond vroeger niet. En heeft er eenige aanleiding bestaan zonder dat de toenmalige Kamer zich daarvan bediend heeft, dan is dit zeker niet aan liet vorig Gouvernement te wijten. Maar ik herinner mij niet, dat eenige oorzaak, hetzij een lid, hetzij iemand buiten deze Vergadering had kunnen doen wenschen, dat meerdere publiciteit ten aanzien van eenig onderwerp van diplomatie ware gegeven dan inderdaad onder het vorig Gouvernement is verstrekt.

Ik zal, Mijnheer de Voorzitter, nu men mij eenmaal den weg van het Bijblad, dien ik anders niet licht betrede, heeft gewezen, van mijne zijde een voorval aanhalen, uit diezelfde vergadering van 1852. In den loop dierzelfde discussiën over de toenmalige begrooting was sprake van het ontslag van een koloniaal ambtenaar;

Sluiten