Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heer van Nispen van Sevenaer) hebben onderscheidene leden verklaard, dat zij, hoe ongenegen tot uitbreiding van de gewone begrooting van Oorlog, met het oog op de buitengewone omstandigheden, en alleen met het oog daarop, hunne stem aan deze begrooting zullen geven. Ik moet tot eer van den Minister van Oorlog zeggen, dat die beweegreden bij hem geene ondersteuning heeft gevonden. De Minister heeft zich vergenoegd met herinnering van hetgeen in de Grondwet staat, dat de begrooting jaarlijksch is. Wat hij aan die leden zeide komt hierop neder: „neemt thans deze begrooting aan, in het volgende jaar kunt gij nader zien."

Daarentegen verklaren die leden: deze raming is als gewone begrooting te hoog; wij kunnen haar alleen vanwege de buitengewone omstandigheden, waarin de wereld, bij den oorlog in het Oosten, verkeert, aannemen. Zij maken dus tot grond hunner inwilliging omstandigheden, welke de Regeering niet inroept. En toch, zoo iemand zich op buitengewone politieke omstandigheden, indien zij tot leidraad behoorden te strekken, zou moeten beroepen, is het zeker de Hegeering. De Regeering doet dit echter niet: de Minister van Oorlog heeft ons standvastig, in de gewisselde stukken, in zijne rede van gisteren, in die van heden, verzekerd: het is eene gewone begrooting, welke ik u voordraag; het is de gewone behoefte der landmacht, waarvan ik de. vervulling vraag. Dit stemt met andere handelingen der Regeering overeen. Zij draagt afschaffing van belastingen voor; zij heeft ons een ontwerp van wet aangeboden. dat wij morgen in de sectiën zullen onderzoeken, om eene zeer aanzienlijke som. 6 a 7 millioen, te bestemmen tot aflossing van schuld. De Regeering ziet in deze begrooting enkel de middelen voor den gewonen dienst op den gewonen voet van vrede; zij wil de uitgaven, eens toegestemd, in dat stelsel besteden : en gij wilt de verhooging alleen op grond van en voor buitengewone omstandigheden inwilligen? Is zulk eene toestemming voor de Hegeering aannemelijk ? Mij dunkt, zoodanige toestemming is eene veroordeeling dezer begrooting.

16 December. Hoofdstuk XI der Staatsbegrooting (Koloniën). Algemeene beraadslaging.

Ik wensch, Mijnheer de Voorzitter, inlichting omtrent een paar punten.

Het eerste raakt de betrekking van het Departement van Koloniën tot de Maatschappij van Weldadigheid. Het departement doet bestellingen of laat die door de Handelmaatschappij doen bij de Maatschappij van Weldadigheid, zoowel van koffiezakken als van katoenen goederen voor het Indische leger. De koffiezakken

Sluiten