Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot een doel. hetwelk het mijne is, ik zal mij zeiven, ik zal de vertegenwoordiging, ik zal het Land daarmede geluk wenschen. Het ware een vooruitgang, die alleszins snel te noemen is, sneller dan ik mij had durven voorstellen. Maar het zij mij geoorloofd, niet bij die woorden te blijven staan, maar te hopen dat de handelingen der Regeering die woorden zullen bekrachtigen. Ik zal weinig hechten, Mijnheer de Voorzitter, aan een voorstel tot vermindering van lasten op zich zelf en zonder samenhang, maar ik zal zeer veel hechten aan een stelsel, bij de Regeering blijkbaar, om gestadig ons belastingwezen te verbeteren met vermindering der lasten van die klassen, die nu te zeer worden gedrukt. Ik zal gaarne zien. dat het na het reces blijke, dat de Regeering dien weg. die een lange weg is, zal willen bewandelen.

Het was, verklaarde de minister van buitenlandsche zaken, altijd het streven van dit ministerie geweest, „de lasten te verlichten die op hen drukken, die ze het minst gemakkelijk kunnen dragen." Daarom had ook ten verleden jare de regeering zich verzet tegen het voorstel tot afschaffing van den accijns op het geslacht; die belasting drukte immers niet op degenen, die het moeilijkst belasting konden opbrengen.

Mijnheer de Voorzitter, ik zal te allen tijde de verklaring van zoodanige bedoeling, als de Regeering, bij monde van den Minister van Buitenlandsche Zaken, nu beweert ook vroeger te hebben gehad, gaarne vernemen. Maar wat is mij tot dusverre gebleken ? Tot dusverre niets dan enkel weerstand van de zijde der Regeering tegen zoodanige verbetering van het belastingstelsel als aan mij en andere leden van de Kamer noodzakelijk scheen. Ik weet wel, dat men voorleden jaar zich beroepen heeft daarop, dat de mindere klassen door de aanneming van ons voorstel niet zouden worden gebaat, maar. Mijne Heeren, men heeft van zijne zijde niets tot dusverre gedaan dat eenige uitwerking zou kunnen hebben: niets, dan dat men ons voorstel betrekkelijk het tonnegeld heeft overgenomen : een voorstel, dat men voorleden jaar ook afwees, op gronden waaruit enkel de bedoeling der Hegeering om geene verandering te maken, moest worden afgeleid. Daarenboven, Mijnheer de Voorzitter, de richting, die ik voorsta strekt niet uitsluitend om de zoogenaamde mindere klassen te ontheffen; het hoofdbeginsel, mijns inziens, moet zijn, dat de voortbrengende kracht worde vrijgemaakt. Mocht het blijken, dat de Regeering zoodanige lijn volgt, dat zij veranderingen wil, die uitvloeisels zijn van een aannemelijk stelsel, ik zal er mij over verblijden : maar tot dusverre, Mijnheer de Voorzitter, heb ik noch in de gedraging, noch in de voorstellen, noch in de woorden der Regeering blijken van eeniff stelsel hoegenaamd kunnen vinden.

Sluiten