Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De minister van buitenlandsche zaken beweerde nu, dat de heer Th. verleden week had verklaard, dat de arbeidsloonen hier te lande zoo laag waren als in eenig land ter wereld. Enkele dagen geleden daarentegen heette het in den mond van dienzelfden spreker, dat het belastingstelsel te onzent de arbeidsloonen verhoogde: binnen drie maal vier en twintig uur dus „twee recht tegenover elkander staande stellingen". Mocht men dan op dergelijke wisselvallige redeneeringen afgaan ?

De Minister — en dit is bij hem geen ongewone taktiek tracht mij in tegenspraak te brengen met mij zeiven; eene tegenspraak die niet bestaat. Ik heb gesproken van arbeidsloonen op een bepaald gebied van nijverheid, in eene bepaalde streek. Ik wil er op dit oogenblik niets meer van zeggen, dan dat hij. die zich van dergelijke redenen moet bedienen om zijne tegenpartij te weerleggen, die zijne toevlucht moet nemen tot zoogenaamde argumenta ad hominem, duidelijk toont dat de zaak. die hij voorstaat, zwak is.

Het schijnt mij nu bijkans toe, na den Minister van Buitenlandsche Zaken, die, dunkt mij. optrad voor den Minister van Financiën, voor de tweede of derde reis te hebben gehoord, dat wij hier een strijd van grootmoedigheid met betrekking tot afschaffing van belastingen zullen zien openen. Ik zal mij daarover verheugen; ik wensch in dien strijd, wie op de meest afdoende wijze ons belastingwezen zal hervormen, te verliezen; ik verlang in den strijd over afschaffing van lasten niet de grootmoedigste te zijn, maar de kroon van grootmoedigheid aan de Regeering te laten. En ik zal dan, wanneer ik mij in dien strijd overwonnen zal erkennen, met de voldoening scheiden, dat ik onder degenen was, die aanleiding tot een strijd gaven, waarbij de natie zal hebben gewonnen.

19 Februari. Ontwerp vak wet tot regeling der verantwoordelijkheid van de hoofden der ministerieei.e departementen. Al t. 2.

Het opstel van art. 2. Mijnheer de Voorzitter, geeft mij aanleiding tot twee vragen of bedenkingen.

De eerste betreft de laatste woorden van dit artikel. Het artikel luidt: „De mede-onderteekening van Koninklijke besluiten of Koninklijke beschikkingen wijst het hoofd van het ministerieel departement aan, dat voor de uitvoering dier besluiten of beschikkingen aansprakelijk is."

Is hier het woord „uitvoering" niet te veel V Zou het niet den aard van de ministerieele verantwoordelijkheid vollediger, juister uitdrukken, zoo hier stond: „dat voor die besluiten of beschikkingen aansprakelijk is" ?

Sluiten