Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het komt mij voor, dat die lezing ook beter zou strooken met het vervolg van het ontwerp van wet. Wanneer men zegt: „aansprakelijk voor de uitvoering", dan heet dat in het gewone spraakgebruik: „die gehouden is tot de uitvoering." Maar de ministerieele verantwoordelijkheid voor een besluit gaat veel verder. De ministerieele verantwoordelijkheid omvat geheel den inhoud van het besluit, ook zonder dat het nog tot uitvoering zij gekomen.

Mijne tweede bedenking ontleen ik aan den ganschen inhoud van het artikel. Het artikel zegt: „De mede-onderteekening van Koninklijke besluiten of Koninklijke beschikkingen wijst het hoofd van het ministerieel departement aan, dat voor de uitvoering dier besluiten of beschikkingen aansprakelijk is." Sluit dus die mede-onderteekening de aansprakelijkheid uit van andere Ministers, schoon zij tot de uitvoering hebben medegewerkt? Mij dunkt, dat kan de meening niet zijn. Men is aansprakelijk voor de medewerking, die men verleend heeft, ai heeft men niet onderteekend. De wet evenwel, die zegt: „De mede-onderteekening wijst den aansprakelijken Minister aan." schijnt iemand die niet mede-onderteekend heeft, in geen geval voor aansprakelijk te houden. En dan zou het artikel minder zeggen dan het zeggen moet.

Men mocht het voorschrift, verklaarde de minister van justitie, niet e contrario uitleggen. Het artikel gaf slechts in een algemeenen regel uitdrukking aan het voorschrift van artikel 73 der grondwet, dat de minister, die mede-onderteekent. ook aansprakelijk is voor de uitvoering. Voor welke feiten de minister verder nog aansprakelijk was, bleek uit artikel 3, waarin o. a. de minister werd strafbaar geoordeeld, die uitvoering gaf aan een besluit, waarvan hij wist, dat het niet gecontrasigneerd, of klaarblijkelijk in strijd met de wet was. I'aarbij werd dan toch verondersteld, dat een minister uitvoering kon geven aan een besluit, dat niet hijzelf, doch een zijner collega's mede-onderteekend had: dan was hij voor die uitvoering evenzeer aansprakelijk.

Ik heb mij in mijne onderstelling niet bedrogen. Ik onderstelde, dat de meening van den Minister niet die is, welke, zooals mij voorkwam, uit het opstel kan worden afgeleid. Nu ontstaat evenwel de vraag: is de uitleg, welken de Minister heeft gegeven, geschikt, om tegen een verkeerden uitleg voor het vervolg te waarborgen V

De Minister beroept zich op art. 73 der Grondwet. Dat artikel spreekt van de uitvoering der Grondwet en der andere ivetten, en zegt ten slotte, dat alle Koninklijke besluiten en beschikkingen door een der hoofden van de ministerieele departementen mede worden onderteekend. Die laatste bepaling heb ik immer zoo verstaan, dat de Grondwet in de eerste plaats den Minister verantwoordelijk wil gesteld hebben voor die besluiten en beschikkingen. In de tweede plaats zegt de medeonderteekening. zoo ik mij niet

Sluiten