Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog toe niet heb kunnen opmerken, — tot de stemming over zijn oorspronkelijk amendement liet overgaan, onafhankelijk van het amendement van den heer de Brauvv.

Wat mijne amendementen aangaat, ik zal voorstellen, zoodra de tijd daartoe zal gekomen zijn, dat die vooraf in stemming komen, te meer omdat de heer de Brauw een nieuw artikel voorstelt, hetgeen op zichzelf discussie zal uitlokken.

Ik vraag nog eene andere inlichting. Indien uit lit. e weggelaten wordt het woord „opzettelijk" en uit lit. ƒ het woord , voortdurend", welk is dan, Mijnheer de Voorzitter, het onderscheid tusschen het in lit. e bedoeld , nalaten uitvoering te geven", en het in lit. f bedoeld „verzuim"? Dit is eene nieuwe reden waarom ik den geachten voorsteller van het amendement in overweging zou willen geven, zijn amendement in stemming te laten brengen, zooals dit in het gedrukte stuk n°. 8 is voorgesteld.

21 Februari. De beraadslaging over het artikel was 's vorigen daags geschorst. Bij de hervatting kwam de regeering niet een gewijzigd opstel voor den dag, zoodat de voorzitter de ingediende amendementen voor vervallen verklaarde.

Mijnheer de Voorzitter, ik wensch aanstonds gebruik te maken van de vergunning, aan ieder lid gegeven, om opnieuw het woord te voeren. Evenwel zal ik dat doen in zeer beperkte mate. Ik denk niet te spreken van de voorgestelde amendementen, die niet vervallen, maar overgenomen zijn; ik denk uitsluitend te spreken over de voorlaatste alinea van het nieuwe opstel „de handelingen onder litt. a, b, c en d en de nalatigheid onder litt. e bedoeld, zijn alleen dan strafbaar wanneer zij met opzet zijn gepleegd." De alinea is ontleend uit het amendement, voorgesteld door den heer de Brauvv, en ik dacht gisteren — ik meen. dat ook andere leden in hetzelfde denkbeeld waren — dat over dat amendement eene afzonderlijke discussie zou worden geopend. De verandering, welke het artikel heeft ondergaan, geeft mij gelegenheid om het verschil, dat er nog bestaan kan, met juistheid te omschrijven en daardoor wellicht den weg tot geheele overeenstemming te openen.

Volgens de voorlaatste alinea zal de Minister alleen straf baaizijn, wanneer hij de Grondwet met opzet heeft geschonden. Daar zijn. Mijnheer de Voorzitter, oneindig verschillende schakeeringen van den wil die de wet niet betracht; schakeeringen die, bij den tegenwoordigen toestand onzer kennis, geloof ik. geene wet alle kan volgen. Er is evenwel een onderscheid, sedert eeuwen in acht genomen, tusschen opzet, kwade trouw, boos opzet, zooals men het noemt, en schuld. Wanneer men de schennis van de wet heeft gepleegd, niet omdat men een voorbedacht opzet had om te schenden, maar uit slordigheid, uit lichtzinnigheid, eene schending, die men

Sluiten