Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regeling een van de gewichtigste deelen van de verantwoordelijkheid ter zijde te stellen; en die verklaring is in het ontwerp opgenomen. Zoo nu echter in den considerans alleen gelezen wordt: „de strafrechtelijke verantwoordelijkheid" dan vraag ik of het artikel, dat nu, volgens het aangenomen amendement van den heer van Rappard, het laatste artikel van de wet zal zijn. wel te pas komt. Zal immer iemand in eene wet, die zich uitsluitend bepaalt tot regeling der strafrechtelijke verantwoordelijkheid dei- Ministers, eene bepaling zoeken als thans in het laatste artikel der wet is vervat 'i Het schijnt mij dus toe. dat het amendement van den Minister van Justitie eene veroordeeling is van het zooeven aangenomen amendement.

28 Februari. Op Woensdag stelde de voorzitter voor, des Vrijdags de conclusiën van drie verslagen op adressen aan de orde te stellen.

Ik heb de eer onzen geachten Voorzitter te verzoeken, het gevoelen van de Vergadering over een ander voorstel te willen vernemen.

Dat voorstel is: de beraadslaging over die drie conclusiën te doen plaats vinden na afloop van de beraadslaging over het ontwerp omtrent het recht van vereeniging en vergadering.

Hiervoor pleiten meen ik, deze gronden. Sommige sectiën, zoo ik wel onderricht ben. zijn nog bezig met het onderzoek van het belastingontwerp. In ééne sectie, die waarvan ik de eer heb deel uit te maken, is dat onderzoek zelfs eerst dezen morgen begonnen. Ik acht het onmogelijk, en ik geloof dat de leden mijner sectie van hetzelfde gevoelen zijn. dat het onderzoek morgen afloope. Ik acht het zelfs twijfelachtig, tenzij men haast wil maken en zooveel minder tijd besteden aan het laatste gedeelte van het onderzoek als men aan het eerste gedeelte meer heeft besteed, of dat onderzoek Vrijdag zal kunnen afloopen.

Gesteld echter, Mijnheer de Voorzitter, het loope Vrijdag af, dan zal men die conclusiën en al de stukken, daartoe betrekkelijk! moeten nagaan vóór Zaterdagochtend. De tijd schjjnt mij. bij het gewicht van die onderwerpen, te kort. Ik weet wel, wij hebben die stukken reeds sedert eenigen tijd; maar wij zijn gedurende de laatste veertien dagen bezig gehouden met het onderzoek van zoovele belangrijke onderwerpen, dat ik geloof, liet zal meerdere leden dezer Vergadering gegaan zijn als mij; en ik heb den tijd met gevonden om zooveel kennis van die stukken te nemen om met vrucht de deliberatiën daarover bij te wonen.

Voorts zou dan onmiddellijk het wetsontwerp omtrent het recht

Sluiten