Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van vereeniging en vergadering volgen, en ik meen, dat ook de discussie over dit ontwerp eenige voorbereiding zal kunnen kosten.

Dan. Mijnheer de Voorzitter, welke reden bestaat er om zooveel haast te maken? Wanneer de deliberatiën over liet recht van vereeniging en vergadering zullen zijn afgeloopen, wat zal er overblijven ? Er zal overblijven te delibereeren over eenige voorstellen van wet die denkelijk weinig tijd zullen kosten. Derhalve een dag na de discussie over het recht van vereeniging en vergadering die over de door u genoemde conclusiën te doen plaats hebben, zal gewis de Vergadering niet doen verachteren.

Daar komt nog iets bij: — het is eene huishoudelijke bedenking, maar ik meen ze te mogen opperen en aan de overweging mijner medeleden te mogen onderwerpen. Zoodra het tijdstip gekomen is dat men voor het oogenblik, dat men voor de eerste dagen, dat men voor de eerste weken, geen dringend werk meer voorhanden heeft, dan verwijderen vele leden zich uit de residentie. In welken tijd, Mijnheer de Voorzitter? In een tijd, waarin de verslagen moeten worden opgemaakt over hoogst belangrijke ontwerpen, ot waarvan althans het onderwerp hoogst belangrijk is. Nu weet ieder onzer, hoe moeilijk het is, leden uit verschillende oorden van het land, die leden van de Commissiën van Rapporteurs kunnen zijn. bijeen te doen komen tot afwerking van zulke rapporten. Het gevolg — zij zijn niet in de residentie met de geheele Vergadering — zal wezen, dat de rapporten worden vertraagd, en het uitwerksel dier vertraging op de werkzaamheden der Kamer behoef ik niet aan te wijzen.

Ik meen dus, dat er geen nadeel hoegenaamd aan verbonden kan zijn, zoo wij deze publieke discussie, die onze geachte \ oorzitter op Vrijdag voorstelde, verschuiven tot na den afloop der deliberatie over het recht van vereeniging en vergadering. Wij zullen daarentegen dan wellicht het voordeel hebben, de antwoorden der Regeering op de verslagen over sommige ontwerpen te zien inkomen, die onmiddellijk daarna in discussie zouden kunnen worden gebracht.

De heer Storm van 's-Gravesande liet een zacht verwijt hooien, dat de afdeeling, waarin de heer Th. zitting had, zoo weinig opschoot met hare werkzaamheden.

Ik durf namens de afdeeling, waartoe ik de eer heb te beliooren, niet om verschooning vragen, zoo wij niet met gelijken spoed ons werk hebben verricht als de andere afdeelingen. Mocht het noodig, mocht het betamelijk wezen daarvoor verschooning te vragen, dan zal onze Voorzitter niet in gebreke blijven. In allen gevalle is de zaak niet te veranderen. Het betoog van den vorigen spreker zuu

Sluiten