Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inlichting — nadat de concessie, vroeger aan den heer Ruijssenaers verleend, door hem aan den heer Ricardo was overgedragen, verzocht eerstgenoemde eene tweede concessie, welke hem echter niet is gegeven, omdat, na al hetgeen had plaats gehad, de Regeering van oordeel was, dat niet wel aan denzelfden persoon, die met haar goedvinden en hare medewerking eene vroeger erlangde concessie tegen belangrijke geldelijke voordeelen aan een derde had afgestaan en overgedragen, onmiddellijk na dien afstand eene soortgelijke vergunning kon worden verleend."

Ik vat dit hoegenaamd niet. Ik vat niet, waarom niet aan den heer Ruijssenaers evenals aan ieder ander die concessie kon worden verleend. Ik zelf wensch het niet te onderstellen, maar het vermoeden is niet te weren, dat men geweigerd heeft om een uitsluitend recht aan de maatschappij, die bestond, te verzekeren. Althans waarom de heer Ruijssenaers, omdat hij eene concessie had verkregen, en die heeft overgedragen, nu niet eene tweede concessie kon verkrijgen, wanneer het verleenen van deze niet in strijd was met het algemeen belang, dit vat ik niet. Er kan geen verschil van gevoelen hierover bestaan, en de Minister zelf zal dit gaarne erkennen, dat mededinging in het belang van het publiek is. Evenwel wordt aan dien persoon geweigerd hetgeen over het algemeen, zoo het tot stand komt. ten voordeele van het publiek zou zijn.

Die inlichting is mij derhalve niet voldoende voorgekomen. De inlichting zooals de Minister ons die heeft medegedeeld, overeenkomstig met het antwoord, aan den heer Ruijssenaers gegeven, schijnt eene persoonlijke bedenking aan te duiden, ontleend aan den heer Ruijssenaers. Ik erken, dat het niet in het algemeen belang is aan een onwaardig persoon, aan een persoon die geene waarborgen kon geven, eene concessie voor eene dergelijke zaak te verleenen; maar is het eene gouvernementsreden te zeggen, omdat de heer Ruijssenaers de concessie, die hij vroeger had verkregen. heeft overgedaan, daarom kan hem eene tweede concessie niet worden verleend ? Is dit niet veeleer dengeen in bescherming nemen, die in het bezit van de verleende concessie is?

Dat vermoeden, Mijnheer de Voorzitter, moet worden geweerd; en ik wensch te zien uitgemaakt, dat alleen het algemeen belang het beginsel is, dat aan de Regeering bij weigering of inwilliging tot richtsnoer strekte en strekken zal.

Ik spreek nu niet van den persoon: ik behandel deze zaak enkel in het algemeen. Ik wil niet spreken van de bijzondere titels, die de heer Ruijssenaers kon geacht worden te bezitten. Ik wil niet herinneren dat hij in allen gevalle het initiatief had genomen van eene inrichting van algemeen Nederlaiulsch belang; en dat hij het was die zich alle moeite heeft getroost, aan het verkrijgen en ten uitvoer leggen van de eerste concessie verbonden.

Sluiten