Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gelegenheid gebruiken. Maar de geachte spreker zal. in zijn helder logisch hoofd, de eerste zijn om te erkennen, dat. wanneer men aldus te werk gaat, wanneer men elke gelegenheid of zoogenaamde gelegenheid aangrijpt, men geene kleine verwarring sticht in de wetgeving. Ik verlang niet, dat onze wetgeving aan de vormen van een philosophisch systeem beantwoorde; maar ik wensch toch wat ongelijksoortig is uit elkander te houden. Dit, geloof ik, is een regel, die ook zijn praktisch nut heeft.

Ondanks dezen regel, Mijnheer de Voorzitter, weet ik niet wat ik deed. indien de Minister van Justitie hier eene regeling van het onderwerp had voorgedragen, die mij voorkwam voldoende en doeltreffend te zijn. Ik weet niet wat ik deed. Ik geloof, ik zou in de eerste plaats vragen: waarom deze uitnemende regeling niet gebracht in het Burgerlijk Wetboek? Waarom die niet in de plaats van den Titel, die handelt over de zedelijke lichamen, gesteld? Wist men mij dan echter de moeilijkheid, de onmogelijkheid daarvan te doen zien. of eene reden te geven, die belette eene afzonderlijke wet aan dat hoogst gewichtig en geenszins eenvoudig onderwerp te wijden, ik zou wellicht er toe besluiten zoodanige regeling op te nemen in deze wet.

Ik zou daartoe wrellicht besluiten zoo de voorgedragen regeling mij voorkwam voldoende en doeltreffend te zijn ; maar deze regeling schijnt mij in geenen deele voldoende of doeltreffend.

De Minister van Justitie heeft eene doodelijke veete gezworen aan de zedelijke lichamen. Hij is in de Memorie van Toelichting zijn kruistocht begonnen: hij heeft dien in de Memorie van Beantwoording voortgezet, en gisteren met groote hevigheid vervolgd. Ik zal de vrijheid nemen straks te zeggen, waarin ik zoo gelukkig ben met den Minister overeen te stemmen, maar bij zijne algemeene oorlogsverklaring tegen de zedelijke lichamen heeft hij, dunkt mij, de maatschappelijke behoefte, waarin van ouds de zedelijke lichamen bestemd waren te voorzien, miskend; eene behoefte, die als de ware oorsprong dier lichamen moet worden beschouwd.

Men zegt, de zedelijke lichamen onderscheiden zich door eene denkbeeldige persoonseenheid. Indien ik mij niet bedrieg bestaat die persoonsverbeelding en eenheid bij andere vereenigingen evenzeer. persoonseenheid met betrekking tot het doel, dat de vereeniging zich voorstelt te bereiken. Maar wat komt daar in de zedelijke lichamen bij ? Bij die persoonseenheid komt eenheid en zelfstandigheid van goed. geheel gescheiden van het individueel vermogen der leden. Het is juist deze volstrekte scheiding tusschen het vermogen der gemeenschap en dat der individueele leden, waarop, mijns inziens, het privaatrechtelijk wezen der zedelijke lichamen berust.

Sluiten