Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de vereenigingen, waarop art. 11 doelt, behoorlijk onderscheiden kunne.

Hoe dit zij. zou men op die voorwaarde, hetzij van art. 11. hetzij van het recht der maatschap, hebben ondernomen hetgeen men, sedert eeuwen in den vorm van zedelijke lichamen goeds en groots heeft gedaan ? Is er op deze vraag slechts één antwoord te geven, dan . gaat de Minister van Justitie in zijne vijandschap tegen de zedelijke lichamen blijkbaar te ver.

Wat toch is zijn doel? Het is, dunkt mij, duidelijk. De Minister wil, zoo mogelijk, de zedelijke lichamen uit onze maatschappij wegsnijden. Hij moet den ganschen Titel van het Burgerlijk Wetboek, die handelt over de zedelijke lichamen, wenschen af te schaffen.

Ik voor mij wensch dat, uit hoofde der groote verscheidenheid van nuttige doeleinden, die men gewoon is enkel op den weg van zedelijke lichamen te bereiken, niet. Ik geloof ook dat ieder, wie ook. vruchteloos zal pogen de zedelijke lichamen of hunne werking uit onze maatschappij, uit een vrijen Staat te verbannen.

Het zal, door welke middelen ook. vruchteloos worden beproefd. De Minister van Justitie kan ons, dunkt mij. het Fransche stelsel, hoe radikaal het middel schijne, niet willen opdringen. Het Fransche recht kent geene andere sociëteit véritables, zedelijke lichamen, dan den Staat, de gemeenten en de établissements publics of d'utilité publique. Volgens het Fransche recht kan een partikulier in rechtskundigen zin geene instelling d'utilité puvuque. wij zouden zeggen, van algemeen nut stichten; hij kan enkel eene bijdrage leveren, volgens de regelen, van hooger hand voorgeschreven, tot een publieke instelling. Terloops stip ik aan wanneer bijv. art. 947 van ons Burgerlijk Wetboek openbare instellingen noemt, aldus het Fransche établissements d'utilité publique vertalende, die uitdrukking wel eens in veel nauwer zin zou kunnen worden genomen dan die der Fransche wet. Volgens deze richten partikulieren noch een zedelijk lichaam, noch eene zelfstandige stichting of fondation op: niet dan bij een zeldzaam privilege wordt aan eene bijzondere vereeniging of stichting de rang van établissement d'utilité publique toegekend.

Hij die dat stelsel hier te lande zou willen invoeren, zou, geloof ik, in strijd komen met de vrijheid, waarop wij volgens de Grondwet aanspraak mogen maken. Ook de partikulier mag bij ons instellingen tot algemeen nut in het leven roepen of daartoe aan zijn goed eene blijvende bestemming naar zijn goedvinden geven. Doch al kon deze Minister of een ander het Fransche recht op ons toepassen, dat zedelijke lichamen als scheppingen van partikulieren buitensluit, wat zou het hem baten? Zou hij dat keeren wat hij keeren wil? Mijnheer de Voorzitter, ik beroep mij op België. In België geldt de Fransche wet. In België heeft geene van die

thorbecke, Parlementaire redevoeringen, 1854—1855. 10

Sluiten