Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waaraan ik zeer veel hecht. Het beginsel, dat ik wensch te handhaven is: dat men niet meer aan belastingen behoort op te leggen dan hetgeen, met de overige inkomsten van den Staat te zamen genomen, noodig is tot dekking der behoeften buiten amortisatie. Tot amortisatie van schuld moet, mijns inziens, enkel worden besteed hetgeen boven die rekening overschiet. AVat zou echter hier gebeuren ? Hier zou een vast overschot tot amortisatie van .schuld worden bestemd: hier zou worden verklaard, dat men aan belastingen zooveel moet opbrengen, als die rente (ongeveer vijf ton) bedraagt, ten einde die som zou kunnen strekken tot schulddelging. Naar mijn inzien, moeten daartoe slechts de toevallige baten of hetgeen waarmede de opbrengst der middelen de uitgaven buiten verwachting overtreft, worden besteed. Hier doet men veel meer; hier zal geschieden hetgeen, mijns inziens, in allen deele afkeuring verdient. Men zal belasten om te amortiseeren.

Ik ben geen vijand van amortisatie van schuld, maar wensch die binnen nauwe perken gebracht te zien. De ontlasting, die ten gevolge van amortisatie van schuld verkregen wordt, is onbeduidend. Wat moet de hoofdtoeleg zijn? De productieve kracht der natie te verhoogen, zoodat de lasten met gemak kunnen worden gedragen. Dat is het ware middel om den druk van de uitgave voor de schuld te verminderen, en in zeker opzicht, Mijnheer de Voorzitter, zou ik dat voor de meest doeltreffende amortisatie van schuld houden.

De regeering, verklaarde de minister van financiën, wenschte als beginsel vast te stellen, dat. indien de toestand van de schatkist dit gedoogde, de vrijvallende renten zouden worden gebezigd tot schulddelging. Alleen dit beginsel was opgenomen in de wet. Ten einde het in werking te brengen zou dan nog jaarlijks bij de begrooting de bevoegdheid moeten worden verleend tot overschrijving van de vrijvallende renten op het artikel (van het negende hoofdstuk) voor amortisatie bestemd. Het ontwerp bevatte niet meer dan eene voorwaardelijke amortisatie, afhankelijk van den toestand der schatkist.

Van belastingheffing voor amortisatie was. volgens den minister, geen sprake. De renten van het fonds moesten immers, worden uitgetrokken op de begrooting: men kon bij het opmaken der begrooting die vijf ton toch niet buiten rekening laten.

De Minister heeft zich op drie punten verdedigd.

Vooreerst, en dit was tevens een antwoord aan den afgevaardigde uit Rotterdam (den heer van Bosse): er staat in het artikel „voor zooveel de vermoedelijke uitkomst van het dienstjaar dit zal gedoogen"; die bepaling, zegt de Minister, laat de handen van den wetgever vrij. Ik antvvoorde. dat volgens mijne wijze van zien het oordeel, of de vermoedelijke uitkomst van het dienstjaar dit zal gedoogen, moet worden gelaten aan den wetgever.

Sluiten