Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan komen wij tot een onbepaald uitstel, want niemand kan zeggen, wanneer die begrooting in staat van wijzen zal zijn. Mocht daartoe evenwel worden besloten, dan. Mijnheer de Voorzitter, zou ik de vrijheid nemen eene verandering voor te stellen in een reeds genomen besluit; dan zou ik de vrijheid nemen voor te stellen, dat de raadpleging over het ontwerp tot voorziening in sommige waterschapsbelangen wierd uitgesteld, totdat wij eenige zekerheid hebben omtrent den tijd waarop de begrooting van Marine in deliberatie zal kunnen worden gebracht. Deden wij dat niet. 11a een besluit \ an de \ eigadeiing, dat aan de deliberatie over de begrooting van Marine de voorrang zal worden gegeven, dan zouden wij in de volgende week Dinsdag en Woensdag wellicht raadplegen over de waterschappen: wij zouden dan wellicht nog een paar zoogenaamde kleine wetten daarbij kunnen voegen: maar ik houde het voor waarschijnlijk dat wij daarna nog eenigen tijd op de begrooting van Marine zullen moeten wachten. Ik vraag, of het. bij het naderende 1'inksterfeest, eene doeltreffende verdeeling van de werkzaamheden zou zijn, onmiddellijk na Pinksteren eenige weinige dagen te beraadslagen, in het onzekere, of wij daarna acht of veertien dagen uitstel zullen moeten nemen.

Ik zou dus wenschen, dat een voorstel gedaan wierd door den heer \ oorzitter of door een der leden. 0111 het gevoelen der Kamer kenbaar te doen worden, of zij aan de deliberatie over de begrooting van Marine den voorrang wil geven. Daarna zou men, wanneer die vraag was beslist, kunnen zien. of wijziging van hot besluit, om aanstaanden 1 )insdag reeds tot behandeling der waterschappen over te gaan, te pas kwame.

De heer van Akerlaken was van oordeel, dat er geen sprake van kon wezen, nu reeds omtrent de behandeling der begrooting: van marine een besluit te nemen: volgens het reglement van orde .mocht eerst na liet uitbrengen van het eindverslag de dag der beraadslaging worden vastgesteld. De heer van Lennep stelde nu voor, de discussiën over de afschaffing van den accijns op het gemaal uit te stellen tot na de behandeling der begrooting van marine.

Ik heb niet het voorstel gedaan, hetwelk de vorige spreker (de heer Gevers van Endegeest) mij toeschrijft 0111. namelijk, de beraadslaging over het voorstel tot voorziening in sonnnige waterschapsbelangen te verschuiven. Ik heb gezegd, dat ik zoodanig voorstel zou doen, indien de behandeling van het voorstel tot afschaffing van den accijns op het gemaal onbepaald wierd verschoven.

\ oorts meen ik, in strijd met den vorigen spreker, dat het voor de \ ergadering hoogst wenschelijk is, eenigszins vooruit te kunnen zien. wat men in behandeling zal nemen, en wanneer de verschil-

Sluiten