Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De duur dezer gevangenzetting wordt dooi den rechter bepaald ten hoogste op drie, en bij herhaling, volgens art. 3, ten hoogste op zes dagen.

„De geheele voldoening aan den inhoud van het vonnis ontslaat van het verder ondergaan der gevangenzetting."

Tegen de bedenkingen in liet Yoorloopig Verslag over het stelsel van ait. .> geopperd, vind ik in de Memorie van Beantwoording op bladzijde 3 vooreerst dit gezegd : -Bij het voorstel der Regeering blijft eene en dezelfde straf voor allen bestaan, en wordt slechts, op het voetspoor van den Code Pénal, de uitvoering dier stuif \erzekerd. Dat. meen ik, Mijnheer de Voorzitter, is zeer betwistbaar.

De uitvoering dier straf verzekerd. Integendeel: volgens het stelsel van art. 5 behoeft de veroordeelde tot boete slechts niet te betalen, en hij is van straf vrij. Want wat nu volgt, de contrainte par corps of de gijzeling is geen straf: het betoog der Regeering waakt zorgvuldig, dat men die contrainte niet als straf beschouwe. Derhalve de uitvoering van de straf wordt zóó weinig verzekerd, dat ieder niet-betalende straffeloos zal zijn: eene straffeloosheid, dunkt mij, die in zaken van strafrecht niet moet worden toegelaten, waartoe althans de wet zelve, zooals ze hier doet. de deur niet moet openen.

In de tweede plaats, op datzelfde art. 5. ook op bladz. 3 van de Memoiie san Beantwoording, lees ik: „De Kegeering moet hier toch beginnen met den major ronduit te ontkennen. Het nieuwe \\ etboek van Strafrecht, in 1847 aangenomen, is ons strafrecht niet, maar de Code Pénal. Het eerste werd nimmer ingevoerd, is zelfs niet in het Staatsblad geplaatst. Het voorstel der Regeering heeft hetzelfde beginsel ten grondslag, hoe ook in de toepassing gewijzigd, als ons strafrecht, de Code Pénal."

Dit schijnt mij. Mijnheer de Voorzitter, evenzeer betwistbaar. AVat toch is het beginsel van den Code Pénal? Art. 53 zegt: „ \\ anneer er boeten en kosten ten profijte of bate van den Staat gewezen zijn. en na het uiteinde van de lijf- of onteerende straf, de ge\ angenzetting des veroordeelden tot voldoening van deze gelden, een vol jaar geduurd heeft, zal hij. op bewijs langs den weg van rechten verkregen, van zijn volstrekt onvermogen, bij voorraad in vrijheid gesteld mogen worden.

„In zake van wanbedrijf zal de tijd dier hechtenis op zes maanden verminderd worden, behoudens in alle gevallen, de hervatting der aantasting van persoon, wanneer aan den veroordeelde eenig middel om te kunnen betalen, mocht opkomen."

\ oorts art. 467: „Ter betaling van de boete, zal er aantasting van persoon plaats hebben.

„Echter zal de veroordeelde uit dezen hoofde niet langer dan

Sluiten