Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men veel verder zal moeten gaan, dat men dat geheele recht zal moeten herzien, om ook de andere deelen met hetgeen men ons nu voorstelt in harmonie te brengen. Het een is met het ander, de tusschenkomst van den rechter is met onze reglementen onbestaanbaar. Indien liet stelsel van verzet bij den rechter moet opgaan, dan zal in al de gevallen, waarin een waterschap, in welk opzicht ook verklaart ongehouden te zijn, zoodanig verzet moeten worden toegestaan.

IV. Eindelijk wensch ik. Mijnheer de Voorzitter, opmerkzaam te maken op sommige gevolgen, wanneer dit stelsel werd aangenomen.

Er wordt ons tot geruststelling in de gedrukte memoriën gezegd: .de rechter zal niet. hij mag niet in den aard van het werk treden." De rechter zal. al wierd het hem uitdrukkelijk verboden, in den aard van het werk moeten treden. Het komt hier altoos aan op een bepaald werk; er is een bepaald werk aan een waterschapsbestuur door Gedeputeerde Staten geboden en 1111 zal de rechter moeten beslissen, of het waterschapsbestuur verplicht is dat bepaalde werk te maken. Derhalve zal hij met het reglement of met andere toepasselijke verordeningen den aard van het werk moeten vergelijken, zooals het door Gedeputeerde Staten is geboden.

Hij zal evenwel de noodzakelijkheid van het werk niet mogen onderzoeken. Op dit punt scheidt het ontwerp wat in den regel niet te scheiden is. Noodzakelijk kan hier slechts het werk worden genoemd, hetwelk dat naar de natuur en bestemming van het waterschap is. Dit eenvoudige begrip, het begrip van het vorig ontwerp, het eenige dat met een goed beleid van den waterstaat vereenigbaar is. heeft men laten varen. Men wil een afzonderlijk vonnis laten uitspreken over de noodzakelijkheid en een afzonderlijk vonnis, door eene andere autoriteit, over de verplichting; en men zal daardoor aan den burgerlijken rechter, zoo hij volgens het ontwerp scheidt, een voornaam element hebben ontnomen, om die verplichting te onderzoeken.

Het geldt hier niet eene verplichting in het algemeen, maar de verplichting om die werken te maken, die door Gedeputeerde Staten zijn geboden; en nu voorzie ik, — mij dunkt, een ieder kan het voorzien, — dat in zeer vele gevallen juist niet zal worden getwist over de verplichting, maar over den omvang en den aard van het opgelegde werk. Er is eene groote schade of een groot gebrek : het waterschapsbestuur zal niet ontkennen, dat het verplicht is daarin te voorzien; doch Gedeputeerde Staten schrijven voor. dat het werk zoo en van die afmetingen moet worden; dit komt aan het waterschapsbestuur te groot, te hoog. te kostbaar voor, en dat punt nu. Mijnheer de Voorzitter! dat zal bij den rechter worden behandeld en betwist.

Sluiten