Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

servatief ben dan het Gouvernement, en niet zoo vrijheidlievend om wezenlijke rechten van regeering, die mij voorkomen wezenlijke rechten van regeering te zijn, prijs te geven.

A ooraf een woord over eene enkele uitdrukking van het door mij voorgestelde artikel, vergeleken met art. 7 van het ontwerp van wet. Het iTOUvernement heeft, op een aandrang van wege de afdeelingen in het verslag, in de tweede alinea, waar twee maal stond krachtens, de herhaling weggenomen. Ik hecht aan die herhaling, schoon zij in miin amendement opnieuw gedrukt is, niet uitermate veel; ik wil echter zeggen waarom krachtens voor de tweede inaal wordt gebezigd: om eene scheiding te maken tusschen inrichting en hetgeen volgt: „eene wet, een algemeenen maatregel van inwendig bestuur, Onze daartoe betrekkelijke bevelen of eene provinciale verordening." Inrichting van een waterschap is, volgens mijne meening, de geheele bestemming van het waterschap op zichzelf en in zijnen historischen en tegenwoordigen samenhang met onzen waterstaat. Wanneer nu daarop volgt: „eene wet, een algemeenen maatregel van inwendig bestuur, Onze daartoe betrekkelijke bevelen of eene provinciale verordening," is er sprake van afzonderlijke, beschreven verordeningen ; een andere soort of klasse van bronnen, dan die welke in de eerste plaats wordt genoemd.

De redenen en het stelsel van mijn amendement. Mijnheer de ooizitter, zal ik trachten onder drie stellingen samen te vatten. I. In afwachting van de algemeene wet wensch ik zoo na mogelijk bij het bestaande recht te blijven. Dat recht is door het tegenwoordige Gouvernement in de sedert de laatste twee jaren bekrachtigde provinciale reglementen voor waterschappen voortgezet en bevestigd. Indien dat Gouvernement sedert de twee jaren van zijn bestuur het stelsel dat nu verschijnt had omhelsd, dan had men voorbereid. Maar men heeft het omgekeerde gedaan. Men heeft in de reglementen van waterschappen, die in de laatste twee jaren vooral in Noordholland, Zuidholland en Friesland zijn gemaakt, en waaronder er zich van het grootste gewicht bevinden, het stelsel bekrachtigd van het vorige ontwerp en van mijn amendement, het stelsel tevens van het gemeene, het bestaande recht.

Eene reden, Mijnheer de Voorzitter, waarom ik het alleszins geiaden acht, eer wij een nieuwen weg opgaan, dien het te pas kan komen bij de algemeene wet te banen, hetgeen bestaat niet af te breken. Het is voor het oogenblik genoeg, zoo wij de uitvoerbaarheid daarvan verzekeren.

Al _ ware de nieuwigheid, welke de Regeering voorstelt, verbetering, zij kan zich niet,, zonder verwarring te stichten, tot dit eene punt bepalen. Zij zou eene algemeene strekking moeten hebben; zij zou, ia verband met het geheel, tevens andere punten der menigvuldige aanraking tusschen de waterschapsbesturen en het

Sluiten