Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

instantiën. welke niet altoos bij de verdediging van het ontwerp is betracht, wordt in de Memorie van Toelichting, bladz. 9, overeenkomstig met de verklaringen bij het ontwerp van 1852 door het Gouvernement uitdrukkelijk gehandhaafd. Daar staat: „Daarenboven moet hier niet uit het oog worden verloren, dat de Regeerin"eene tweede instantie is, van de eerste onaf hankelijk. tot dusver in de zaak met gemengd. Het initiatief zal altijd dooi» de Gedeputeerde Staten worden genomen." Wij hebben' alzoo twee zelfstandige instantiën. de provinciale uitvoerende macht, van welke het initiatief moet komen, en den Koning, die in beroep over dat besluit oordeelt. Het is dus geenszins dezelfde macht, die in de tweede instantie beslist. Het is eene andere macht, en die andere macht is verheven boven de aanleiding tot dwaling of partijdigheid, die wellicht het oordeel in eerste instantie zou hebben kunnen besturen.

Zooverre is het stelsel van mijn amendement dat van de voordracht der Regeering. Maar zij verbreekt de overeenstemming van dat systeem met zichzelf en met de Grondwet op tweeërlei wijze.

Vooreerst., dooi- de scheiding van het oordeel over de noodzakelijkheid van dat over de verplichting. Volgens het voorstel der Regeering is er op den Koning beroep van dat deel der uitspraak van Gedeputeerde Staten, welke de noodzakelijkheid beslist maatniet van het andere deel, hetwelk de verplichting betreft. Daarmede wordt, reeds in de betrekking van Gedeputeerde Staten tot den Koning, het hoogste rechterschap, eene zonderlinge anomalie gebracht. Maar de scheiding? Wanneer men het oordeel over de noodzakelijkheid der werken scheidt van het oordeel over de verplichting, wat blijft er voor het eerste overig? Niets anders dan eene technische, waterbouwkundige beschouwing, een advies van ingenieurs. Is dat de bestemming van het toezicht aan Gedeputeerde Staten en aan den Koning in tweede instantie door de Grondwet toegekend ? Heeft dat toezicht geene hoogere bestemming dan om een geschil over de meerdere of mindere noodzakelijkheid van werken uit een waterbouwkundig gezichtspunt te beslissen ?

Dit gevolg, Mijnheer de Voorzitter, doet, dunkt mij, reeds gevoelen hoe weinig aannemelijk de voorgestelde scheiding'is. Maaide gedachte zelve is onjuist. Wanneer wij spreken van noodzakelijke werken van een waterschap, dan spreken wij van werken, die met betrekking tot dat waterschap en zijne bestemming noodzakelijk zijn. En die werken is het waterschap boven allen twijfel verplicht te maken. \\ ij spreken niet van werken in het algemeen, technisch, niet of al noodzakelijk. Zoo er tusschen waterschap en Gedeputeerde Staten over de noodzakelijkheid van zekere werken geschil is, dan kan dit enkel de noodzakelijkheid met opzicht tot dat waterschap betreffen.

Sluiten