Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelsel, waarin de Memorie van Toelichting werd geschreven. Wij lezen daar op bladz. 8 : „Ontstaat daarover geschil, dan schijnt het geding grondwettig tot de kennis der rechterlijke macht te behooren. Deze zal, met ter-zijde-stelling van al wat betreft de werken zelve, hunne noodzakelijkheid en de wijze van uitvoering, moeten beoordeelen de rechtsvraag, of uit de inrichting van het waterschap of uit bestaande verordeningen en voorschriften de verplichting tot het ondernemen der werken volgt.

„De Regeering meent, dat de nu voorgestelde regeling rust op eene behoorlijke onderscheiding der attributen van de verschillende machten in den Staat, en zij vertrouwt, dat door haar vele der bedenkingen, tegen het vorige ontwerp gemaakt, zullen vervallen."

Behoorlijke onderscheiding der attributen van de verschillende machten van den Staat, in verband met de grondwettige bevoegdheid der rechterlijke macht, dat werd natuurlijk zoo verstaan, dat het volgens de meening der Regeering hier een burgerlijk geschil geldt. Zoo is het ook inderdaad, wanneer het waterschap als burgerlijk zedelijk lichaam wordt beschouwd : dan is het middel van verzet bij den i echter consequent, dan is het stelsel met zichzelf in overeenstemming. Maar bij de Memorie van Beantwoording en vervolgens bij de verdediging heeft de Regeering dat stelsel verlaten. De Regeering eikent thans dat het te doen is om een geschil met publieke lichamen over publiekrechtelijke verbintenissen. En te dezen aanzien verzoek ik den geachten spreker uit Arnhem, den heer de Kempenaer, die ons gisteren gewaarschuwd heeft om onze tegenwoordige meer bepaalde, meer juiste begrippen van recht niet toe te passen op de waterschappen, het niet kwalijk te nemen dat ik aan die waarschuwing geen gehoor geef. Ik meen dat die toepassing alleszins noodig is, te meer daar op die betere, meer bepaalde, meer juiste begrippen onze Grondwet en ons geheele regeeringsstelsel zijn gebouwd, rot dat, mijns inziens juiste, begrip, dat de waterschappen zijn publieke lichamen, die publiekrechtelijke verbintenissen hebben, is de Memorie van Beantwoording teruggekeerd.

Is dat het systeem, — gelijk het dat is van mijn amendement — dan behoort de beslissing in geschillen over zoodanige verbintenis niet aan den burgerlijken rechter, maar aan den rechter van bestuur. Een \ an twee: öf deze is in zulk een geschil uitsluitend bevoegd, öf de wet moet in alle gevallen, wanneer een publiek bestuur zich door de uitoefening van eene regeeringsbevoegdheid of van een regeeringsplicht van het hooger gezag, bezwaard rekent, het middel van verzet bij den burgerlijken rechter toekennen.

Ik verlang ook voor de ondergeschikte autoriteit waarborg; maar zij behoort dien bij het rechterschap van bestuur te vinden. Bij het ontwerp wordt aan de ondergeschikte autoriteit verzet toegestaan voor den burgerlijken rechter. Aan individuen, Mijnheer

Sluiten