Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de sectiën behandeld. Toen scheen de afschaffing van het tonnegeld voorgesteld om afschaffing van andere lasten te keeren; om iets te doen ten einde meer te ontgaan. Wellicht was die schijn een zinsbedrog; in allen geval, die schijn is verdwenen; in allen geval, de gronden die toen. mijns inziens, voor de aanneming van 'het ontwerp pleitten, bestaan nog in dezelfde kracht.

Ik let daarbij niet op het belang van onze reederijen. Ik meen dat wij over het algemeen, bij de beschouwing van eene belasting, niet in de eerste plaats, niet alleen, vooral niet hoofdzakelijk behooren te zien op de betrekking tusschen de belasting en de beurs van hem, van wien de belasting wordt ingevorderd. Wij moeten, geloof ik, hetzij bij het opleggen, hetzij bij het afschaffen van belastingen. veeleer het oog op hare algemeene werking vestigen. Dan, Mijnheer de Voorzitter, zal het blijken hier waar te zijn, hetgeen waar is bij die accijnsen, welke de nijverheid drukken, dat de belasting aan de vaart, aan den handel, oneindig meer kost dan zij aan de schatkist opbrengt. Bovenal mag onze* wetgeving niet oorzaak wezen, dat de vrachten op onze havens hooger zijn dan op andere havens. En wat de schatkist betreft, ook hier geldt hetgeen bij andere gelegenheden, meen ik, duidelijk is uitgekomen: men verlicht de lasten 0111 meer te ontvangen. Of zou men niet mogen gelooven, dat wanneer wij onze havens openstellen, zoo dat zij worden verkozen door de vreemde vaart en den vreemden handel, het gevolg daarvan eene grootere ontvangst zal zijn dan het bedrag tot dusverre door de tonnegelden opgebracht V Onze havens moeten de meest gastvrije van de wereld worden. Ik weet wel dat te voren liet ontvangen van vreemdelingen eene geschikte gelegenheid scheen om vreemdelingen aan eene belasting te onderwerpen, om, zooals men het placht uit te drukken, iets van hen te halen: maar ik geloof niet, dat het noodig is, dat beginsel nu nog te weêrleggen.

Onze havens moeten de meest gastvrije havens van de wereld worden. Niet alleen met betrekking tot de finantieele bejegening van vreemde vaart en handel in het algemeen, maar ook met betrekking tot een belang, van bijzonderen aard, dat ik de vrijheid neem bij deze gelegenheid aan te dringen, met betrekking tot de ontvangst van landverhuizers.

Sedert het voorjaar van 1853 is een voorstel van wet blijven liggen, dat vóór dien tijd bij de Kamer was aanhangig gemaakt; ik wenschte dat onderwerp weder te zien opnemen met al de belangstelling. die het mij schijnt te verdienen.

Sedert het ontwerpen van dat voorstel is de landverhuizing in sterke mate toegenomen; en men mag, geloof ik. uit de verschijnselen opmaken, dat wij eerst in den aanvang zijn van eene groote beweging. Vroeger, wanneer het er op aankwam van staats-

Sluiten