Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was gehandeld, dewijl de Hoofden van die vier Departementen het vroeger Koninklijk besluit betreffende de landverhuizing onderteekend hadden. Door het slepen van het eene departement naar het andere, van het ééne bureau van een departement naar een ander bureau, werd eene dringende zaak onvermijdelijk, maar wellicht zonder nut, vertraagd. Wat daarvan zij, ik heb niet kunnen inzien, en begrijp nog niet, waartoe het zou dienen, zoo behalve een, nog twee of drie andere Ministers het ontwerp of de Memorie

van Toelichting teekenden.

Het ontwerp, dat ik mij voorstel, zou ik reeds in deze zitting hebben aangeboden, indien de Vergadering mij met ware voorgekomen met andere werkzaamheden zoozeer overladen te zijn, dat men niet meer van haar mocht vergen. Ik wenschte ook aan de Regeering tijd te laten, want ik zie mij gaarne in hetgeen voor het gemeene welzijn nuttig is, niet in wil en gezindheid, maar met de daad, voorgekomen en overtroffen. Nu is de tijd gegeven, en het is, geloof ik. dringend noodig, dat men van den tijd gebruik make, te meer dewijl onderscheidene maatregelen van "politie, die in den tegenwoordigen staat onzer wetgeving misschien moeten genomen worden, de verhuizing door ons land heen rechtstreeks belemmeren. Mochten evenwel bij de Regeering redenen bestaan tot verder uitstel, dan ben ik zeker, dat ik bij het volvoeren van mijn plan bondgenooten in deze Vergadering zal aantreffen.

'28 Juni. Verzoekschrift. De commissie voor de verzoekschriften stelde voor, van haar verslag een afschrift te zenden aan de ministers van binnenlandsche zaken en van oorlog. De heer van der Linden verlangde daaraan toe te voegen : „ter nadere overweging en met het verzoek om mededeeling van den uitslag dier overwegingen". Het gold eene vraag over de uitlegging der wet op de nationale militie.

Welke is de vraag, aan de Vergadering onderworpen? Verlangt men, dat de Kamer thans over de zaak zelve, au fond, beslisse? Neen. Men wenscht enkel, dat zij zich met de conclusie der Commissie niet vergenoege; dat zij niet enkel een afschrift van het Verslag aan de Ministers van Binnenlandsche Zaken en Oorlog verzende, maar aan die Ministers de zaak in nadere oveiweging geve, met het verzoek dat zij den uitslag dier nadere overweging

aan de Vergadering mededeelen.

Wanneer ik, zonder iets te weten van de discussie die hier zooeven plaats vond, het antwoord der Ministers met het Verslag der Commissie vergeleek, dan zou ik vóór het amendement zijn van het geachte lid uit Almelo (den heer van der Linden). Want

Sluiten