Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewikkeld door de Vertegenwoordiging zag erkend, dat de indiening van een ontwerp, waaraan groote behoefte zou kunnen bestaan, op de voltooiing van den arbeid van eene bepaalde commissie behoort te wachten.

Dit is intusschen niet de aanmerking waaraan ik het meeste hecht.

,I)e indiening (lees ik) eener wet, die zal kunnen leiden tot afschaffing der slavernij allerwegen in die bezittingen." Dat is eene uitdrukking van uitstel; eene zeer onbepaalde, eene dilatoire uitdrukking. Ik zou gewenscht hebben, dat men hierlaze: „eene wet, op het beginsel van afschaffing der slavernij gegrond".

In § 8 wordt gewaagd van den watersnood, van rampen daaruit ontstaan, en van de hulp tot leniging van die rampen door den Koning, door anderen verleend. Ik had gewenscht, Mijnheer de Voorzitter, dat de Commissie niet enkel het oog gevestigd hadde op de rampen door individus geleden, maar op de verwoesting van onze waterkeeringen ; dat zij gelet hadde op de voorzieningen, die wellicht noodig kunnen zijn om dergelijke verwoestingen in het vervolg af te wenden of te beperken. Ik had gewenscht, dat de Commissie aan de Kamer hadde voorgesteld zich bereid te verklaren ter medewerking tot dergelijke voorzieningen, voor zooveel zij noodig mochten wezen.

Een vierde voorbeeld ontleen ik aan het slot van § 9.

Die paragraaf in het algemeen behelst een wensch en ten slotte wordt gewenscht: „dat door herstel van den vrede in Europa handel en scheepvaart de gelegenheid heropend zien om zich meer en meer uit te breiden". Daarbij, Mijnheer de Voorzitter, had ik gaarne eene bijvoeging gelezen bijv. van dezen inhoud: -Bij de hoog gestegen prijzen van de levensmiddelen zien wij met des te grooter voldoening terug op de onlangs genomen maatregelen tot wijziging van ons belastingstelsel, en juichen wij het beleid en den moed van de gemeentebesturen toe om het voorbeeld van den algemeenen wetgever te volgen."

Zoo ik wenschte, Mijnheer de Voorzitter, dat op die punten vooral het adres meer inhoud en beteekenis verkregen had dan het nu schijnt te hebben, het is, omdat ik geloof, dat bij eene gelegenheid als deze, bij eene gelegenheid, waar de Tweede Kamer ten aanhooren van de Natie tot den Koning spreekt, groote den toestand van het oogenblik beheerschende belangen, gelegen naast hetgeen de Koning woordelijk heeft aangeroerd, door de Vertegenwoordiging niet met stilzwijgen behooren te worden voorbijgegaan. Een adres van onzentwege den Koning aangeboden, moet een nationaal woord zijn of behelzen met betrekking tot die belangen, welke de gedachte der Natie op dat tijdstip inzonderheid bezig houden of verdienen bezig te houden.

Sluiten