Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begrip rond zou doen uitkomen. En welk antwoord ontvingen wij van het lid der Commissie in die afdeeling ? Hij zeide: de uitdrukkingen „afschaffing der slavernij" of „vrijmaking der slaven" waren bij de Commissie in overweging geweest, maar er bestond ten aanzien van de emancipatie een verschil van gevoelen in de \ ergadering hetwelk de Commissie wenschte te eerbiedigen, en daarom had men die stellige uitdrukkingen vermeden. Toen ik nu later las: „de indiening eener wet, die zal kunnen leiden tot afschaffing van de slavernij . dacht ik dat de Commissie een middenweg gekozen had. En zoo komt het mij nog voor, Mijnheer de \ oorzitter. Er kan een voorstel van wet worden ingediend dat den toestand van de slavenbevolking regelt, met het doel om eene toekomstige emancipatie voor te bereiden zonder dat het ontwerp zelf die vaststelle. Bij dat verschil van beteekenis geef ik de voorkeur aan de duidelijke verklaring, dat wij een ontwerp verlangen, op het beginsel van afschaffing der slavernij gegrond.

§ 8 luidende: „Toen in den afgeloopen winter ons vaderland door watersnood zwaar geteisterd werd, was het een verblijdend verschijnsel, dat, op het grootmoedig voorbeeld van Uwe Majesteit, landgenooten en vreemdelingen zich beijverd hebben, de geleden rampen te lenigen."

Ik heb bij de Commissie niet de moeilijkheid gevonden, die mij voorgekomen is te bestaan bij het geachte lid uit Arnhem (den heer Mackay). Ik sprak van voorzieningen, wellicht noodig om voor het vervolg dergelijke rampen af te wenden of te beperken, en ik wenschte dat de Commissie had kunnen goedvinden eene verklaring bij deze paragraaf te voegen, waaruit onze bereidvaardigheid bleek om.- voor zooveel noodig, tot zoodanige voorzieningen mede te werken. De spreker uit Arnhem heeft gevraagd: „welke voorzieningen ? ik begrijp het niet". Ik meen dat het uitwerksel van dergelijke gebeurtenissen, als waarvan in deze paragraaf sprake is, niet enkel moet zijn onze beurzen te openen tot leniging der rampen, die hulpbehoeftige individuen, ten gevolge daarvan, hebben getroffen, maar ook onze oogen te openen ten aanzien van den ganschen staat van de inrichting en van het bestuur, waartoe de gebeurtenissen betrekking hebben. Indien het voor onmogelijk mag worden gehouden, zooals de spreker uit Arnhem schijnt aan te nemen, dat iets geschiede om de herhaling van dergelijke rampen af te wenden, te voorkomen of te beperken, dan zou het zeker jjdel zijn van voorzieningen te spreken. Ik ben niet van dat gevoelen; ik geloof niet dat het ijdel, maar dat het plicht is bedacht te zijn op hetgeen hetzij in de organisatie en de maatregelen van het personeel, hetzij in de inrichting van het materieel, tot hiertoe kan hebben ontbroken, en na te gaan voor welke verbetering ons stelsel

Sluiten