Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog — dat de Staat stelt een zekeren prijs voor de diensten, die hij van de ambtenaren vordert. En nu moet hij, die in het ambt treedt, weten of hij het met zijn toestand kan overeenbrengen voor dien prijs die diensten te verrichten. Het beginsel is „gevaarlijk", zeide de spreker, dat de ambtenaar maar ten halve een bestaanmiddel in zijn post moet vinden. De spreker heeft over het hoofd gezien, dat ik tusschen de ambtenaren onderscheid heb gemaakt. Van èene halveering van bestaanmiddel is in mijne rede niets voorgekomen. Is de overweging van hetgeen ik ter overweging aanbeval „gevaarlijk" ? Integendeel schijnt het mij gevaarlijk, aan de ambtenaren voor te spiegelen wat geene Regeering kan tot stand brengen.

Ik had verlangd, dat de bezoldigingen der ambtenaren onder eene algemeene regeling wierden gebracht. Ik behoef niet te herinneren dat er Koninklijke besluiten, daartoe strekkende, bestaan. Zij zijn in vroegere jaren genomen. Maar zulk eene regeling komt den afgevaardigde uit Tiel (den heer de Kempenaer) voor onrechtvaardig en ondoelmatig te zijn. Hij maakt opmerkzaam op het groot verschil, dat er zoowel tusschen de taak als tusschen de geestvermogens van de onderscheidene ambtenaren bestaat. Is die verscheidenheid zoo uiteenloopend als de geachte spiekei wil, en belet zij het stellen van regels voor de bezoldiging? Mij dunkt, door een maximum en een minimum, bij behoorlijke onderscheiding van rangen en trappen, kan naar eisch worden voorzien. Daar de spreker uit Tiel evenwel zoodanige regeling onrechtvaardig en ondoelmatig acht, wil hij de bepaling der wedden aan ministerieele willekeur overlaten. Dit is meer dan eenig Minister aangenaam kan zijn. Wordt de zaak uitsluitend aan de individueele beschikking van het departementshoofd overgelaten, zal de Minister door aanzoeken van alle zijden gestadig belegerd, en ongelijkheid niet vermeden worden. Bindt men den Minister, zegt de afge\ aai digde uit Tiel. dan zal hij soms niet kunnen vinden wat hij juist behoeft. Voor zulk een geval, wanneer men iemand tot een hoogen prijs moest koopen, dan zou er grond zijn, zooals ik gisteren reeds aanmerkte, om den Koning eene dispensatie van den regel voor te stellen. Maar zulk een geval moet zeldzame uitzondering blijven. Want evenmin als ik met den geachten spreker uit Arnhem (den heer Mackay) zou willen speculeeren op den nood of op de armoede, evenmin zou ik het koopen tot een hoogen prijs tot eene administratieve gewoonte wenschen te zien maken.

De Minister heeft, niet zooals de spreker uit Tiel, in bijzonderheden, maar in het algemeen gezegd, dat het niet mogelijk is de traktementen van de ambtenaren volgens een vasten regel te bepalen, omdat die bepaling te veel van omstandigheden moest afhangen. Ik zie niet, welke omstandigheden de Minister bedoelt.

Sluiten