Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hulp te verkrijgen. Daartoe behoorden de leerstoelen aan de akademie te worden gesplitst. Dit zou echter financieel voor de betrokken hoogleeraren schadelijk zijn. Maar kon men dan niet te Leiden, waar de hoogleeraar vóór splitsing was, de scheiding maken ? De minister deelde mede, dat de splitsing te Leiden door hem zou worden voorgesteld.

De mededeeling van den Minister zou tengevolge kunnen hebben, dat de discussie door den vorigen spreker (den heer van Lennep) aangevangen, aan sommigen voorkwam veel van haar belang \eiloren te hebben. Ik wil evenwel een woord in het midden brengen om niet ongevoelig te schijnen aan de uitnoodiging, welke door dien spreker met warmte, zooals het scheen, aan ons allen gericht wei . Dat woord betreft het verband tusschen het verlangen, dat hij heeft uitgedrukt, en de gronden door hem voor dat verlangen bijgebracht.

Hij zeide ons: „Stijl en spelling van de meeste jongelieden, die de gvmnasiën verlaten, zijn zeer achterlijk: ook op hunne kennis van de geschiedenis mag geen roem worden gedragen. Op liet eene gebied zoowel als op het andere is onze jeugd beneden hetgeen

men in andere landen waarneemt."

Ik geloof dat hetgeen de spreker beweert, niet zonder grond is, maar nu vraag ik: zal die grief door het aanstellen van een bijzonderen hoogleeraar voor de taal, en van een anderen voor onze geschiedenis worden weggenomen? Mij dunkt het gebrek, dat de spreker heeft aangewezen, vloeit uit eene gansch andere oorzaak voort, dan dat het door eene uitbreiding of splitsing van het onderwijs bij de hoogescholen zou kunnen worden genezen Dat gebrek vloeit voort, zoo ik mij niet bedrieg, inzonderheid uit den <*ebrekkigen staat van het middelbaar onderwijs. Zeer te recht is -ezegd, zoo ik meen door den spreker, die dezen morgen de discussie heeft geopend (den heer ten Cate), dat van regeenngswege voor het middelbaar onderwijs tot hiertoe nagenoeg mets werd gedaan, en het is juist dat onderwijs, hetgeen bij de kern der natie, bj] hen, die tot de beschaafde burgerklasse willen behooren, die ontwikkeling in taal en in kennis onzer geschiedenis moet uitbreiden, waarin volgens den spreker uit Steen wijk onze natie, onze burgerij, bij de burgerijen van andere landen achterstaat. Hoe nu in dat algemeene gebrek' onzer middenklassen te gemoet te komen? Hoe daarin zal kunnen worden voorzien door de splitsing niet eens van alle veieenigde professoraten, maar van een enkel, dat te Leiden voor de vaderlandsche taal en geschiedenis bestaat, betuig ik met te kunnen

inzien. . ,

De hoogleeraar, zegt de spreker, die belast is met de taal en

de geschiedenis tevens, zal die jongelieden, welke door eene bijzondere zucht gedreven worden om zich daarin te volmaken, me behoorlijk kunnen helpen. Indien die reden mag worden aangenomen,

Sluiten