Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenover verlangde de heer Bosscha het adres, overeenkomstig artikel 115 van het reglement van orde, in handen te stellen van eene bizondere commissie.

Ik geloof dat de zaak nu ter sprake de aandacht en meer dan de aandacht, dat zij de belangstelling der Kamer verdient, ook al ware zij hier door andere verzoekers, dan door de vergadering van de Staten van Drente, aangebracht.

Ik voor mij zou mij liefst vereenigen met de eenvoudige conclusie der Commissie, onder de voorwaarde, waarvan ik de toezegging zelfs op dit oogenblik niet verlang, onder de voorwaarde dat bij voorbeeld de afgevaardigde uit Drente (de heer van deiVeen), die ons zooeven niet alleen zijnen ijver maar zijne degelijke kennis met betrekking tot deze zaak deed blijken, op zich nam een voorstel tot enquête te doen.

Ik geef de voorkeur aan de conclusie der Commissie, omdat het voorstel van ons geacht medelid uit Amsterdam (den heer Bosscha) niets dan een omweg is. De commissie, welke volgens zijn voorstel zou worden benoemd, zal concludeeren tot eene enquête of niet. Concludeert zij tot eene enquête, dan zullen wij eene dubbele beraadslaging hebben, eerst over die conclusie, en vervolgens, wanneer het voorstel tot enquête zal zijn gedaan, over die enquête. Dezelfde gronden zullen ter eerste, en ter tweede instantie opnieuw, worden overwogen. Dit is eene complicatie van werkzaamheden, waarvoor ik volstrekt geene reden zie. In het ander geval, wanneer de commissie tegen eene enquête adviseert, zal, vertrouw ik, een van de leden der Kamer de commissie tegenspreken en op zich nemen hetgeen de commissie zal gemeend hebben niet te moeten voorstellen.

De kortste, de eenvoudigste weg zal dfis, geloof ik. zijn, dat de Vergadering, de conclusie van de Commissie voor de Verzoekschriften aannemende, ieder lid stilzwijgend uitnoodige om een voorstel tot enquête in te dienen. De geachte spreker uit Drente (de heer van der Veen) heeft reeds de punten opgenoemd, die daarbij in aanmerking zullen komen. Hij Avas zeer nabij aan het doen van het voorstel zelf: hij behoeft niet meer dan ééne schrede verder te zetten; en ik voor mij zal gaarne zien dat hij die schrede doe.

De heer Bosscha bleef van meening. dat het „eenig welvoeglijke, althans het meest gepaste besluit" zoude zijn, het adres te stellen in handen van eene commissie van onderzoek.

De geachte spreker uit Amsterdam (de heer Bosscha) wil dat wij aan de vergadering van de Staten van Drente een compliment maken. Dat is het wat het geachte lid waardigheid en welvoegelijk-

Sluiten