Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogen van hen die tot de wei-ken moeten bijdragen. Zou dat vermogen te sterk worden aangetast, indien het waterschap niet ondersteund werd? Dat alleen kan. mijns inziens, de vraag zijn, en op die vraag heb ik bij onderscheidene dezer subsidiën geen voor mij bevredigend antwoord gevonden.

De Regeering beroept zich. Mijnheer de Voorzitter, bij de voorgestelde subsidiën op het algemeen belang van de werken, voor wTelke zij onderstand vraagt, en dat is het eerste punt. waarover ik eene bedenking in het midden wensch te brengen. Ik heb met genoegen in de Memorie van Beantwoording gezien, dat de Regeering het gemis betreurt eener wet. als die van 1810 was, eener wet tot regeling van den ouderlingen bijstand der waterschappen en van de bijdragen zoowel door de provincie als door het Rijk desnoods te verleenen. Ik geloof ook. dat wij dergelijke wet behoeven; doch het komt mij voor. dat men. de noodzakelijkheid van zoodanige regeling inziende, niet tegen hare eerste beginselen moet handelen. Dit geschiedt echter, dunkt mij, in het voorgestelde ontwerp.

Er zijn in ons Rijk zeer vele polders waarvan de werken met het algemeen belang in een verwijderd verband staan, maar groote waterschappen van de klasse waartoe verre de meeste van die behooren, welke het ontwerp bedoelt, hebben werken te onderhouden of tot stand te brengen in het algemeen belang. In dat algemeen belang is het eigenbelang van de ingelanden rechtstreeksch. onmiddellijk betrokken, maar dat ontneemt niets aan het karaktei van algemeen belang, dat die werken hebben. \N anneer wij, Mijnheer de Voorzitter, bij de waterschappen, die ik nu bedoel, willen gaan onderscheiden wat het bijzonder belang der ingelanden en wat het algemeen belang vordert, dan brengen wij onzen waterstaat uit zijn geheel. Waartoe toch moet het leiden, wanneer men een subsidie verstrekt omdat een waterkeerend werk van algemeen belang isV Wat denkt men te antwoorden, zoo in het vervolg eenig waterschap — en het zal niet bij één blijven, maar vele zullen, en terecht, met gelijke aanspraak opkomen, — zal zeggen: dat werk is wel in ons belang, maar het is tevens in het algemeen belang, en roor dof algemeen belang is ons een subsidie uit de schatkist verschuldigd. De waterschappen zijn bestemd — dat is het beginsel van onzen waterstaat, het eerste beginsel onzer wetgeving voor zoover wij eene wetgeving daarover hebben — om in de eerste plaats voor het bijzonder belang der ingelanden, maar tegelijk zoover hun gebied zich uitstrekt, voor het algemeen belang te zorgen. Eén van twee: of men ontheffe de waterschappen van die laatste verplichting en neme dan hetgeen het algemeen belang raakt voor rekening van het Rijk, öf men stelle de even onmogelijke als verkeerde onderscheiding tusschen hun eigen en het algemeen belang ter zijde.

Sluiten