Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men zegt: het algemeen belang is in de werken betrokken, /onder twijfel. AVanneer een subsidie verleend wordt, dan moet het werk, waarvoor het wordt verleend, van algemeen belang zijn.

Wl1 ze-e»: het algemeen belang is de voorwaarde van het verleenen van het subsidie. Maar hier zie ik het algemeen belang ais den grond voorgedragen, waarop het subsidie verleend wordt Indien in de gevallen, welke de voorgestelde wet omvat, het algemeen belang als grond moet gelden, dan zal het eveneens als grond moeten gelden in duizend andere gevallen, waar evenwel het subsidie met wordt verleend en waar men aan zoodanige verleening niet denkt noch denken kan. Het algemeen belang moet bi] het werk betrokken zijn, of er kan geen subsidie worden verleend maar met omdat het werk van algemeen belang is, wordt subsidie verleend. Zoo men dit niet vasthoudt, keert men het beginsel van den waterstaat om.

Niets, geloof ik, vordert ten aanzien der waterschappen meer ministerieel beleid, mets grooter gestrengheid dan het geven van onderstand. Men spiegele zich. in zoo vele voorbeelden. Reeds onder de oude Republiek subsidieerde men soms uit gunst soms omdat men de gelegenheid der zaken niet kende. En wat was het gt\og. Aiet alleen dat men gedwongen moest voortgaan, dat hetgeen ten laste der ingelanden moest zijn gebleven, dubbel ten as e der schatkist kwam, maar dat de eenzijdige hulp op nadeel en onrechtvaardigheid ten aanzien van andere waterschappen uitliep.

og vei eden jaar hebben wij kennis kunnen nemen van de bezwaren, waartoe dergelijk gunstbetoon — hier toch is geen sprake van verplichting, maar van gunstbetoon — aanleiding kan geven. Het was de geschiedenis van een der polders van Overflakkee die ons al de gevolgen van een eersten verkeerden stap voor oogen bracht.

Ik herinner ook hetgeen Hogendoip bij gelegenheid van een voorstel der Regeering in 1820 met zijne gewone helderheid aanrekende De voordracht van 1820 was bestemd om de wet van 1810, later door de wet van 1835 ingetrokken, te vervangen. De beginselen, die ik inroep, zal men reeds door dien staatsman gehuldigd vinden. Het voorstel van 1820 werd verworpen bij de afkeengheid der zuidelijke gewesten van al wat tot eene algemeene regeling van den waterstaat kon leiden, en omdat men oordeelde dat het hier vooral eene provinciale zaak gold. Ik herinner dit' omdat ik wensch dat wij. steeds op de noodzakelijkheid eener zoodanige wet lettende, nu reeds de algemeene beginselen, welke aan

betrachten ^ ^ gr°ndslag moeten H^en, zooveel mogelijk

Ik heb eene tweede bedenking. Als (/rond van een van Rijkswege te verleenen subsidie erken ik behoeftigheid van een waterschap; en te dien aanzien zou ik niet eens zeer streng zijn. Er

Sluiten