Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooreerst zoodanige, die men zou bezigen, wanneer men alle enquête, waarin althans Ministers of ministerieele handelingen betrokken zijn, wilde uitsluiten. Redenen, dunkt mij. niet zoo zeer tegen het voorstel gericht, als bestemd om daarvan af te leiden.

Bijvoorbeeld, men heeft gezegd: „De Kamer is niet bevoegd." Men behoefde, zoo die stelling juist was. geene andere reden tot uitsluiting van het voorstel. Maar heeft men betoogd? Ik heb niet ééne reden hooi en bijbrengen, tenzij dat eene reden mocht zijn. hetgeen zooeven herhaald werd — en hetgeen ik mij ook herinner gelezen te hebben — door den afgevaardigde uit Gorinchem (den heer Elout): „Wij zouden eene administratieve handeling in de Kamer overbrengen". In het minst niet: zij, die de enquête verlangen, willen geene administratieve handeling in de Kamer overbrengen. Zij willen geenszins de Kamer tot een administratief lichaam maken. Het geldt hier enkel het uitbrengen van een oordeel over administratieve handelingen. En ik vraag, of de afgevaardigde uit Gorinchem, of eenig ander lid. meent het oordeel over handelingen van liet Bestuur aan deze Kamer te mogen ontzeggen.

Men heeft trachten af te schrikken, zeggende: „het onderwerp is geen onderwerp van enquête, het is een onderwerp van strafvervolging. of van een burgerlijk proces". De Minister van Justitie, die gisteren zeide, den eersten dag der discussieleen passief aanschouwer te zijn gebleven," bracht dat toen in het midden. Als ware hier van eene crimineele intentie sprake geweest, of van eenige omstandigheid, die tot een burgerlijk proces over een contract kon leiden. Men is zóó ver gegaan bij die gelegenheid te zeggen: de Kamer kan niet onderzoeken, de Kamer kan alleen goedkeuren.

Eene andere reden van diezelfde soort werd. meen ik, gebezigd door den spreker uit de residentie (den heer Groen): „De ministerieele verantwoordelijkheid is daar". Maar gij wilt juist de werking der ministerieele verantwoordelijkheid beletten. Gij wilt het middel niet gunnen, om met volledige kennis of rekenschap aan de Ministers te vragen, of hen voor gerechtvaardigd te verklaren.

De andere klasse van redenen — en helaas, redenen. Mijnheer de Voorzitter, die, ik wil niet zeggen aan de orde van den dag zijn, ik hoop dat ze steeds buiten de orde zullen blijven; maar in de mode zijn — waren persoonlijke consideratiën. Zij. die eene enquête met betrekking tot zekere handelingen noodzakelijk keurden, hadden geenszins op het subjectief, maar enkel op het objectief karakter dier handelingen opmerkzaam gemaakt. Dragen die feiten, afgescheiden van de intentie, het kenmerk van nauwgezette en rechtvaardige betrachting van het publiek belang? Dat wilde men onderzocht hebben. En wat werd geantwoord? Vooreerst: het geldt hier enkel het persoonlijk belang van teleurgestelde speculanten; ten andere: er mag geenerlei smet op de Ministers worden ge-

Sluiten