Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

commissie die behoefte, dan zal zij aan de Kamer het benoemen eener commissie van enquête kunnen voorstellen. Dit ligt als een gevolg in het mandaat haar opgedragen. Verre dus dat aanneming van het voorstel eenigerlei bevoegdheid zou doen miskennen, zal afstemming bewerken, dat er niets zal geschieden. Het voorstel wil, dat een onderzoek worde ingesteld, en dat onderzoek zal zich zóó ver kunnen uitstrekken, als het geacht lid uit de residentie, als wellicht eenig lid der Kamer verlangt.

„De uitkomst, waartoe wij reeds geraakt zijn. wordt weggecijferd." Mijnheer de Voorzitter, ik heb geenerlei uitkomst kunnen ontwaren. Ik had zeer gewenscht, dat de geachte voorsteller der enquête, de heer Rochussen, ons eenige aanwijzing had gedaan van de maatregelen. die vermoedelijk, die wellicht met een goed gevolg zouden kunnen worden gekozen. Dit is niet geschied. En wat wordt nu weggecijferd? Het geachte lid uit de residentie vindt zijne grief bevestigd in de woorden van het voorstel van den heer van Hoëvell: „of en in welken zin een voorstel zal worden gedaan". Indien er alleen stond in welken zin. dan zou. geloof ik. het voorstel terecht bezwaar hebben ontmoet, omdat de uitdrukking het vermoeden zou wekken dat de voorsteller recht streel: srhe bestrijding van de dronkenschap. of van het misbruik van sterkedrank in het algemeen bedoelde. Inderdaad vertoont de geschiedenis der wetgevingen van den ouden en van nieuweren tijd op geen punt menigvuldiger, duidelijker afdwaling van de roeping van den wetgever, dan juist met betrekking tot dit onderwerp. Het genot van sterkedrank is vroeger en later steeds het voorwerp geweest van politiezorg, regeling of belasting, en men heeft in het oneindige proeven genomen met de kracht van leges sumtuariae. Maar de machteloosheid van den wetgever. de ijdellieid zijner pogingen is ook nergens meer blijkbaar geworden dan op dat gebied. Terecht zouden derhalve, geloof ik, wanneer hier een voorstel gedaan werd tot benoeming eener commissie om middelen voor te stellen, ten einde de kwaal rechtstreeks te bestrijden, vele leden zich. uit dien hoofde, daartegen verklaren. Maai' de vraag, of het mogelijk is dat, hetzij door den wetgever, hetzij door het bestuur, middelen worden beraamd om de kwaal tegen te gaan, zullen, meen ik, vele leden gaarne onderzocht zien. Het voorstel laat die vraag open. De wending dus van het voorstel „of en in welken zin" kan beide gevoelens bevredigen, zoowel hen, die rechtstreeksche bestrijding mogelijk oordeelen, als diegenen, welke alleen indirekte middelen voor denkbaar houden; en wenschen dat. in allen geval, door een degelijk onderzoek, eindelijk eene vraag worde opgelost, die gewis, zoolang zij niet volledig is onderzocht, in een of ander opzicht eene vraag voor allen zal blijven. Het komt mij dus voor, dat het geachte lid uit de residentie genoegen moet nemen met eene redactie, die niets minder

Sluiten