Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervat in het voorstel van den heer van Heiden. Het komt mij daarom ook nu nog voor, dat de Kamer alleszins juist heeft beslist.

Antwoord aan den heer van Heiden Reinestein.

Geene dupliek; zij schijnt mij onnoodig. Slechts twee aanmerkingen over hetgeen ik van den spreker uit Assen (den heer van Heiden) hoorde, die zich over onrecht, hem aangedaan, blijft beklagen.

Die geachte spreker zegt: „mijn voorstel was en bleef amendement". Men kan dit. dunkt mij, toegeven. Het was een voorstel over hetzelfde onderwerp, waarover een ander voorstel aan de Vergadering was onderworpen; het was binnen nauwere grenzen beschreven, het was niets anders dan een stuk van dat laatstgenoemde voorstel. Ik voor mij zou er niet de minste zwarigheid in gezien hebben, dat het voorstel van het geachte lid onmiddellijk na afstemming van dat van den heer Rochussen in stemming ware gebracht. Maar ik wensch aan den anderen kant. dat het geachte lid uit Assen kon erkennen, dat de gewone regel voor het in omvraag brengen van amendementen op zijn voorstel niet toepasselijk was. Dat is het verschil. En daarom heb ik gisteren gezegd: het is meer een voorstel ter vervanging dan een amendement. Ieder amendement, dat in eigenlijken zin amendement is, moet vóór het hoofdvoorstel in omvraag worden gebracht. Maar hier hadden wij met twee hoofdvoorstellen te doen. En de meening der Vergadering kon niet duidelijk blijken, de onderscheidene gevoelens konden zich niet naar behooren doen gelden, wanneer aan den wensch van den geachten spreker uit Drente gehoor ware gegeven om aan zijn voorstel den voorrang toe te kennen.

Het tweede punt. De spreker uit Drente vraagt: „hoe komen wij tot eene commissie van enquête, wanneer het voorstel, nu aan onze beoordeeling onderworpen, wordt aangenomen ?" Ik denk, Mijnheer de Voorzitter, dat de commissie van onderzoek, indien zij behoefte aan eene enquête mocht gevoelen, een voorstel daartoe zal doen aan de Vergadering. En tot zoodanig voorstel vindt zij rechtstreeks aanleiding in de tweede alinea van art. 117 van het Reglement van Orde: „ Wanneer het voorstel gedaan wordt door eene Commissie van Rapporteurs of door eene andere commissie der Kamer, naar aanleiding van het bij haar in overweging zijnde onderwerp, geschiedt dit bij verslag, in eene openbare zitting uit te brengen". Derhalve uit zoodanige commissie van onderzoek, als nu is voorgesteld, kan eene commissie van enquête rijzen.

Sluiten