Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na ze te hebben ingezien, moet ik vóór alles de vraag aan den Minister onderwerpen, of die staten wel met behoorlijke nauwkeurigheid zijn opgemaakt ? Zoodra zij onder het oog kwamen van deskundigen, hoorde men aanstonds de opmerking: die staten kunnen niet juist zijn. Onder de katoenen zijn er. die ten deele gebleekt, ten deele ongebleekt worden geleverd. Nu vindt men voor de lengte en de breedte van gebleekt en ongebleekt dezelfde cijfers. Dit, zegt men, kan niet: het bleeken doet krimpen. Voorts wordt bij sommige van die goederen als breedte vermeld '\4 Nederlandsche el. Wie rekent tegenwoordig met fi/4 Nederlandsche el ? Is wellicht de oude el bedoeld ? Ook meende men in de cijfers en in hare optelling hier en daar fouten te ontdekken.

Ik maak deze opmerking, Mijnheer de Voorzitter, omdat zij den Minister denkelijk aanleiding zal geven, om ons vóór eene nadere, eene latere discussie eene nieuwe editie, eene repetita praelectio van dien staat mede te deelen. Onnauwkeurigheid ontneemt aan zulke staten hunne waarde. Men kan toch daaruit alleen in de veronderstelling van volkomene nauwkeurigheid een wis besluit opmaken.

Een voorloopig besluit evenwel kan men zich veroorloven, schoon ik daarop thans niet sterk zal drukken. Ik wensch het veld voor den Minister zoo ruim mogelijk te maken. 0111 de gevolgtrekking tegen te spreken of te wederleggen.

Er worden twee soorten van goederen besteld. Vooreerst koffiezakken. Wat deze bestellingen betreft was. zegt men, en blijft de Maatschappij van Weldadigheid onverzadelijk. Ook wordt het grootste aantal benoodigde of niet benoodigde koffiezakken door haar geleverd. Tot welken prijs? Zoo de Maatschappij deel nam aan de inschrijving evenals andere fabrikanten, en zij schreef voor den minsten prijs in, dan zou haar niet alleen terecht de hoeveelheid, die haar nu wordt toegekend, maar wellicht de geheele levering worden opgedragen. Maar wat gebeurt? Wij hebben daarover de verklaring van den vorigen Minister van Koloniën. Aan de Maatschappij wordt een middencijfer tusschen den hoogsten en laagsten inschrijvingsprijs gegund; een cijfer dat in den regel zeer in haar voordeel zal wezen, te meer dewijl zij de grootste hoeveelheid te leveren heeft. Ik neem het jaar 1854, en vergelijk, volgens den medegedeelden staat, het bedrag, zoowel aan de Maatschappij als aan de partikuliere inschrijvers betaald, met de geleverde hoeveelheden ; dan vinde ik dat de Maatschappij, gelijk andere dergelijke inrichtingen, gemiddeld 50 ii 51, de partikulieren 48 a 44 cents per stuk hebben genoten. Hoe genegen om aan te nemen dat men aan de Maatschappij van Weldadigheid voordeelen toekent, dit verschil schijnt mij toch zoo buitensporig, dat het aan onjuistheid van een of ander cijfer in de officieele opgave doet denken. Zes a

Sluiten