Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik heb de belastingen als voorbeeld genoemd, en ik wensch. Mijnheer de Voorzitter, ook daarom inzonderheid mijn amendement in de plaats van het artikel te zien stellen, omdat mijn amendement, dunkt mij. duidelijk zegt wat de roeping is van het Gouvernement. De roeping van het Gouvernement is te zorgen, dat deze wet worde uitgevoerd; dat geen reglement in eenige gemeente met de beginselen dezer wet strijde. Dat drukt mijn amendement, meen ik, op de eenvoudigste wijze uit. Daarentegen schijnt art. 2 van het ontwerp in den geest van het besluit van 1826 opgesteld. Dat besluit laat eene groote discretionaire macht aan het Gouvernement; dat moet voorgekomen worden; dat te beletten is eene weldaad van dergelijke regeling als wij thans uit de hand van den wetgever zullen ontvangen. Wie ook met de uitvoering dei- wet zij belast, moet zorgen dat de wet worde uitgevoerd: maar de wet moet willekeur buitensluiten, willekeur bij gemeente- en provinciale besturen, zoowel als bij het Gouvernement. Ziedaar een zuiver begrip van de taak der Regeering, 't geen, dunkt mij, in mijn amendement juister, helderder, uitkomt dan wel in de redactie van art. 2.

Woordentwist, Mijnheer de Voorzitter, is voor mij de meest verdrietige zaak; maar blijft men betwisten, dat het hier gemeenteinstellingen geldt, dan mag ik vragen, waarom aan die gemeentebesturen het maken der reglementen overgelaten ? Waarom dit dan niet aan het algemeen bestuur voorbehouden? Kan een gemeentebestuur bevoegd zijn om andere dan gemeente-instellingen te regelen? Zoolang men door de gemeentebesturen de reglementen laat vaststellen en de rechten uitoefenen, bij dit ontwerp aan de gemeentebesturen opgedragen, zal men de banken van leening gemeenteinstellingen mogen en moeten noemen, wat ook de wet ten aanzien dier instellingen aan de gemeentesturen voorschrijve. Nu is, om de nakoming van dergelijke voorschriften te verzekeren, het grondwettig stelsel dat, hetwelk ik de eer had als amendement voor te dragen. Het besluit van het gemeentebestuur worde onderzocht en met de wet vergeleken door Gedeputeerde Staten. Van dat onderzoek worde verslag gedaan aan den Koning, die volgens de wet beslist. Daarmede is de roeping der Kroon bepaald, en aan de Staten de plaats hergeven, die hun volgens de Grondwet, zoo ik meen, en in overeenstemming met andere wetten, toekomt.

Het amendement werd niet 38 tegen 15 stemmen aangenomen.

17 April. Artikel 4. Nadat artikel 3 zich met de oprichting en de goedkeuring der reglementen van nieuwe banken had bezig gehouden, bepaalde artikel 4: „Wijzigingen der reglementen vereischen mede Onze goedkeuring". Artikel 5 schreef vervolgens voor: „Bij opheffing eener bank op Ons bevel, krachtens het 2de lid van art. 2, of door den gemeenteraad met Onze bewilliging, wordt het batig slot, enz."

Sluiten