Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontwerp vooral geroepen, voor de noodige veranderingen, ten gevolge van eene door de Kamer aangenomen wijziging te waken. Te meer daar over zoodanige nieuwe veranderingen, door leden der Kamer voorgesteld, toch altoos het oordeel des Gouvernements wordt ingewacht. Voor het overige kan het den spreker niet ontgaan dat ik juist bezig ben te doen hetgeen hij verlangt.

En wat nu betreft de vraag van den Voorzitter, ik wil gaarne mijn voorstel als amendement in overweging geven, omdat ik geloof dat de beraadslagingen over art. 5 daardoor zullen worden vereenvoudigd en bekort. Wij zullen anders, vrees ik, bij art. 5 opnieuw discuteeren over de redactie, terwijl, indien mijn amendement wierd aangenomen, er niets anders te doen zal zijn dan eenige woorden uit art. f» weg te nemen.

Bij de behandeling der gemeentewet, repliceerde de heer Mackay, verlangde de toenmalige minister van binnenlandsohe zaken ook. dat „hij die het vroeger amendement heeft voorgesteld" „in de gevolgen van het amendement ten aanzien van andere artikelen der wet" zoude voorzien.

Ik roep de getuigenis van den spreker uit Arnhem in. of de vorige Minister van Binnenlandsche Zaken, wiens woorden zooeven door hem werden voorgelezen, niet steeds de eerste en ijverigste was om de gevolgen van een door de Kamer aangenomen amendement, van wie dat amendement ook afkomstig was, te regelen.

Het amendement werd met 26 tegen 21 stemmen verworpen.

Artikel 5. De minister stelde thans voor, het artikel te lezen : „Bij opheffing eener bank op Ons bevel, krachtens het derde lid van artikel 2, of door den gemeenteraad met Onze bewilliging, wordt enz."

Ik geloof, Mijnheer de Voorzitter, dat de verandering onvolledig is. Men laat nu staan: „op Ons bevel, of dooi' den gemeenteraad met Onze bewilliging". De eerste woorden „op Ons bevel", zijn door geenerlei bepaling van een voorgaand artikel gemotiveerd.

Schijnt voorts „opheffing door den gemeenteraad met 's Konings bewilliging' wel in harmonie met de aangenoinene bepalingen? De bedoeling moet zijn dat bij opheffing evenzoo worde gehandeld als bij oprichting of wijziging: er moet een besluit door den gemeenteraad zijn genomen en voorgedragen aan Gedeputeerde Staten, die onderzoek doen en het verslag daarvan overbrengen aan den Koning. Is die intentie duidelijk ?

Eene bedenking van meer gewicht heb ik ten aanzien van de 2de alinea. „Indien de bank voor twee of meer gemeenten was opgericht, wordt het aandeel van elke gemeente in het batig slot, na verhoor der gemeenteraden, door Gedeputeerde Staten bepaald".

Sluiten